capito

in woorden wil ik zijn
in deze bijvoorbeeld

of in deze
ook goed

zolang ik maar niet
in wat
met geen pen te beschrijven is

zijn moet

rendez vous

zie die bomen daar nu staan

vanaf het moment al
dat zij zijn ontsproten
lopen zij bij elkaar vandaan

maar iedere zomer daar
hoog in het licht
vlijen de kruinen zich tegen elkaar

en is het met hun afstand gedaan

sien die bome daar nou gaan
vanaf die oomblik dat hulle sy ontstaan
loop hulle by mekaar vandaan

maar elke somer daar
hoog in die lig
gee hulle kruinen
mekaar 'n zoen

en is dit met die afkeer van hulle gedoen

lekker dramatisch doen

fietsend door stille vakantie-straten
mijn hoofd verpakt nog in de muziek
wuift er een zachtaardige wind
en begint een zon
zomaar
naar mij te schijnen

als ik niet zoveel liefhad hier
dan blies ik nu alle lichten groen
om daarna voorgoed
met huid en haar en jou
te kunnen verdwijnen

maar de muziek slaat dood
de zon verdwijnt
en al wat rest is een uitgestorven straat
midden in een leven
wat dreigt weg te kwijnen
voor rood

Aboriginil (Anouk version ;-)

for quite a while
you trembled under my skin

sometimes in my chest
sometimes in the forearm
or a thigh

and I felt that
it was you
knocking me high

but now it's
quiet again

Panta Rhei

Aboriginil

jij trilde lang
onder mijn huid

soms in een kuit
dan weer in mijn onderarm
of in een dij

en ik voelde dat
jij het was die het daar
deed kloppen in mij

maar nu is het weer stil
Panta Rhei

hou my vas

elke keer as ek verlig zug
dat dit oor is
en dat ek van haar is verlos

dan kom hulle,
soos 'n dief in die nag,
in my drome van haar

en pakt hulle my terug

elke keer als ik opgelucht verzucht
dat het over is
en dat ik van haar ben verlost
dan komt zij
als een dief in de nacht
in mij dromen van haar
en pakt ze mij terug

de sluis verhaalt


Het was een zomeravond en  windstil. Ik voer als lichtmatroos op het ms-Breda. Zij was van Amsterdam op weg naar de sluizen van IJmuiden. Vanwege het mooie weer bevond het merendeel van de bemanning zich aan dek.
Ook de machinist was uit zijn machinekamer gekomen en zat onderuit gezakt op een bankje.
De kapitein, de loods en de matroos van de wacht, Jan Bol mijn vriend, voorbeeld, steun en toeverlaat tijdens mijn avonturen op de grote vaart, waren op de brug.
De kapitein en de loods waren oude zeevaart-schoolvrienden en dat moest worden gevierd, zo hoorde ik later van Jan. Het was 20 augustus 1978, een uur of 8 in de avond. Hing er iets in de lucht? Neen, op een grote rode ondergaande zon boven Amsterdam na, hing er niets in de lucht.
De ms-Breda was een niet erg mooi schip. Het had ook nog eens een relatief kleine motor die vaak stuk ging. Het is handig om te weten dat als een scheepsdiesel van een zeeschip in zijn achteruit wordt gezet, eerst de motor wordt stilgezet, daarna worden tandwielen omgezet en wordt de motor opnieuw gestart. Dit starten gebeurt door perslucht boven de zuigers te laten ontsnappen. Hierdoor komen zij weer op gang.
Deze ontsnappende lucht geeft bij het verlaten van de schoorsteen een prachtig geluid. Maar dit terzijde.
Af en toe, niet vaak, ging er iets mis met die omzetting. Dan begon de diesel van de ms-Breda, nadat hij opnieuw was gestart, nukkig weer vooruit te draaien. En dit, terwijl de telegraaf op de brug dan 'achteruit' aanwees. We waren zo goed als helemaal de sluis binnen gedreven toen het gesis van de ontsnappende lucht klonk. Er ging een trilling door het schip en we begonnen weer vaart te maken. Blijkbaar wilde de loods ons voor in de sluis hebben dachten wij, de mannen aan dek. De kapitein schonk nog eens bij, 'weet jij nog die keer dat ....', en begon weer een herinnering op te halen. Na enige tijd ging er weer een rilling door het achterschip. Het schroefwater werd met groter wordende kracht weggeslagen en het, vrijwel ongeladen, schip 'schoot' nu welhaast naar voren. De machinist schrok wakker, herinnerde zich iets en rende terug naar zijn machinekamer. De Breda bewoog zich nu vastberaden, op halve kracht vooruit, de sluis verder in.
Ik realiseerde me dat er iets onomkeerbaar's ging gebeuren.
De voorste, nog dichte, sluisdeur kwam snel dichterbij. Achter deze deur lag het water van de Noordzee. Dit zou zo dadelijk, nadat we de sluisdeur hadden doorboord, ongestoord, via het Noordzee-kanaal, naar Amsterdam gaan lopen dacht ik. Ik verheugde me op wat zou gaan komen. Naar voren kijkend zag ik de bemanning in grote haast de 'bak' -het verhoogde voorschip- af komen gerend en gestruikeld. Dat zag er veelbelovend uit. Ik keek vervolgens naar achteren, naar Amsterdam en zijn rode zon. De sluisdeur aan die kant werd met grote snelheid dichtgeschoven. Hoewel dit er ook spannend uitzag vond ik het jammer: het had me leuk geleken om met schip en al binnen een half uur terug te spoelen naar Amsterdam, of wie weet Utrecht of nog verder. Maar de dichte deur zou dát gaan voorkomen. De arme kapitein had inmiddels wel in de gaten dat er iets heel erg mis aan het gaan was. Hij wist echter niets van het technisch gebrek van zijn schip. 'In wat voor een duivelse stroomversnelling ben ik nu toch, zo vlak voor mijn pensioen, terecht gekomen?' moet hij hebben gedacht. Ten einde raad gooide hij de motor op volle kracht achteruit. Dacht hij.
De laatste herinneringen zijn aan het geluid van de op vol vermogen draaiende scheepsdiesel, de paniekerige stem van de kapitein door de portofoon: 'LEKKO ANKERS!, LEKKO ANKERS!' (let go the anchors) - alsof die ankers op de betonnen bodem van de sluis nog iets hadden kunnen uitrichten - en aan het gekreun en gesteun waarmee de ms-Breda zich tenslotte in de sluisdeur boorde.
Daarna werd kapitein Wiersma op non-actief gesteld.

Jammer, want ik had nog wel even met hem willen doorvaren op die manier.

ontdekt



Toen ik vanochtend aan dek kwam
was het er leeg en verlaten,
de zeilen hingen lusteloos aan hun ra's,
de smeltende pek plakte aan mijn schoenen.

Aan de grote mast
zat een briefje gespietst.
Nadat ik dichterbij was gekomen las ik:




beste Japiooh,
wij zijn even gaan zwemmen met zijn allen,
het was pikheet, jij sliep nog en we weten inmiddels wel:
als Japiooh slaapt, laat hem dan maar,
en we zijn vergeten de loodsladder buiten te hangen.

Nou ja, niks meer aan te doen.

Een prettige reis nog verder en denk erom: het leven is een feest.
ps, let niet op stijl en zo, schrijven én zwemmen is niet mijn sterkste punt.
Het mes mag je houden als aandenken


Je kunt je voorstellen dat ik me daarna nog dagenlang afvroeg van wie dat mes toch geweest zou kunnen zijn.
Ik bedoel, aan wíe moest ik dan in hemelsnaam denken als ik een appeltje wilde gaan schillen met dit mes.
'Het leven is een feest', jaja ..., makkelijker gezegd dan gedaan.

horizon

ooit zal het weer
zo stil worden hier

dat geen mens
het kan horen

een aarde groen als gras
een wereld herboren

la première Angélique

Nou laat ik dan maar wat gaan schrijven.

Over het dagenlang staren naar een meisje op een campinglandje twee plekken verderop. En dat ik haar plotseling tegenkom bij het binnengaan van de toiletruimte. Ik heb een emmer in elke hand en er is een rare hoge opstap. En hoe ik vervolgens uitglij maar toch nog nèt overeind kan blijven door met mijn voorhoofd te steunen op de emmer in mijn rechterhand. ‘Ca va?’ vraagt het meisje aan mijn achterhoofd, ‘Qui, je vas bien’ antwoord ik in de emmer.

Maar, dan moet ik eerst vertellen hoe ik eerder een jaar verliefd ben op een meisje in de 4e klas, vervolgens een week een soort van verkering heb met haar, maar ook een beetje met haar tweeling-zus.
Het is allemaal nogal ingewikkeld.
Gelukkig hebben mijn liefdes nog weinig lijfelijk's anders zou het het een rommeltje zijn geworden nadat ze me na de vakantie, eensgezind afwijzen.
Ik ga er vervolgens nog een jaar achter aan lopen voordat ik ze uit het zicht verlies.

Maar waarom wil ik dit eigenlijk vertellen ?

Wel, het camping-meisje heeft op haar beurt veel weg van die tweelingzus-meisjes, want zo gaat dat, de een wordt de ander, de centrale boodschap, de kern van de zaak,'le cœur de l'histoire'.
En de genoemde tweelingzusjes lijken weer wat op ‘Angélique’ (Michèle Mercier) van de gelijknamige TV-serie begin jaren 70.
En zíj, Michèle Mercier dus, is mijn eerste grote liefde in mijn net begonnen pubertijd. De eerste van de keten.
Helaas heeft deze 'Angélique' al wat met ene 'Joffrey de Peyrac', een rijke graaf van Toulouse dus wordt het niks met mij, maar ze is de eerste en ze blijft hangen.

En nu nog even waar ik eigenlijk heen wil, ik vraag me namelijk af,
als ik nu in plaats van ‘Qui, je vas bien’ het volgende in mijn emmer had voorgedragen:

meisje,

elke liefde
in mijn leven
is het gevolg
van een afwijzing
uit een vorig

maar allemaal 

hangen ze
voortdurend
om mijn nek

dus daarom buig ik nu zo diep
en daarom doe ik nu zo gek


maar dan natuurlijk in het frans:

chérie,

tout amour
dans ma vie
est dû un rejet
d'un précédent

mais tous continue accroché
autour de mon cou

et donc je m'incline profondément
et donc je fais fou


misschien was ik nu dan heel gelukkig met deze 'troisième Angélique'.
Maar het is niet anders, het is en het was, 'je vas bien'.

nu een bakkersknecht zijn

met een volle rieten mand
door een dorp gaan

in het vroege licht van de zon
slechts de schoonste dingen zien

en overal
de geur van je verse brood

en van haar

straks
mischien

theater van de loop

vanochtend vroeg heb ik
dat onrustig naargeestig hoofd
een kus gegeven
en ben daarop
het huis uit geslopen

al gauw huilde ik daar
alweer
dat het goed was

ik zag

een vader die zijn zoontje verbood
zichzelf te verdrinken
en moeders met wagens
vol met kroost

en last but not least
de Peter Pan man
die met zijn nare geesten
was gaan lopen

tot troost

waarheidsliefde

hij was eigenlijk
haar tweede keus

maar omdat ze zelf
de tweede keus bleef
van haar eerste keus

werd hij haar eerste keus

maar niet heus

lui era in realtà
la seconda scelta

ma perché,
lei era la seconda scelta,
la sua prima scelta

è diventato in
la prima soluzion

ma in realtà non

burgerisme

het wezen
van de burgelijkheid
is haar onuitgesproken
cynisme

das wesen der Bourgeoisie,
ist seinem unausgesprochene
Zynismus

l'essenza del borghese,
è il suo cinismo non dette

die wese
van die Burgelijke
is haar onuitgesproke
sinisme

scheikundig gebed

beste lieve heer,

ik zou graag
een beest willen zijn

bijvoorbeeld

een poes
met grote verbaasde groene ogen
of een uitgerekende kiekendief
net uitgevlogen
of een konijn wat ligt te slapen in zijn holletje

het maakt me niet uit,
alles is me even lief

maar weet u,
als het echt niet kan
maakt u mij dan maar
een millimolletje

minder depressief

doe niet niet niets

Wanneer kwam je eigenlijk op het idee om géen boek te gaan schrijven?
Nou, dat zal zijn geweest kort nadat ik 51 was geworden. Ik had een afspraak gemaakt met een collega om iedere ochtend voor het werk niet te gaan zwemmen. Op de route naar ons werk ligt namelijk een prachtig zwembad dus dat kwam heel mooi uit.
Deze niet-zwem-afspraak beviel zo goed dat ik besloot veel zaken op deze manier  te gaan aanpakken.

Heeft het ook met je leeftijd te maken denk je?
Ja absoluut, daar wind ik geen doekjes om, na mijn vijftigste ging ik me realiseren wat ik heb bereikt en wat niet. En vooral dat laatste begon me meer en meer dwars te zitten.

Kostte het niet veel moeite om een uitgever voor je plannen te interesseren?
Ja, nou ja, ze keken in het begin wel raar op. Ze waren net aan het idee gewend dat íedereen een boek uitbrengt na zijn vijftigste dus mijn idee om géén boek te schrijven en dit ook nog eens nìet te laten uitgeven werd erg vreemd gevonden. Maar, nadat ik niet kwam opdagen bij afspraken begonnen ze enthousiast te worden. Al gauw ontving ik geen enkele reactie meer en daar maakte ik uit op dat mijn idee was aangeslagen.

De toekomst, wat gaat die ons nog van je laten zien?
Oh van alles, zo zal ik zeker nìet mijn motorrijbewijs gaan halen; geen cabrio kopen; geen facelift of jongere vrouw nemen (laat staan een toupet); geen films gaan maken en zo voort en zo voort. Teveel om op te noemen.

Zo, dat is een hele lijst. Denk je dat het je allemaal gaat lukken voor je het tijdelijke voor het eeuwige zal moeten verwisselen?
Oh ja, daar heb ik geen enkele twijfel over. Ten eerste houd ik nu zoveel tijd over dat het alleen al daarom geen enkel probleem zal zijn.
En, last but not least, dat is ook weer zo iets dat ik absoluut van plan ben om niet te gaan doen nu het nog kan ...

En dat is?
Doodgaan.

de eerste kut is klote

in een bioscoop
waar John Travolta laat zien hoe alles moet

zit vier rijen schuin achter mij
mijn ontiegelijk groot liefdesverdriet

dat ook van Travolta
maar vooral van haar
nieuwe grote liefde geniet

alles wat ik daarna ooit nog mocht ontvangen aan liefde
overviel mij als een gunst

want goeie genade
dat leerde ik daar wel van die twee

verliezen is een kunst

love socks

moederliefde

borderline in a box

tante Ans

Die kon lachen
Ik hoor het nu nog

juffrouw Pouw

troost
als ik huilen moet
lacht
zoals alleen zij dat doet
bij mij

en natuurlijk
dienen we rekening te houden
met het leeftijdsverschil,

maar daar komen we wel uit

want als ik de deling maak
van de goede
en de slechte jaren
ontstaat er een mooi positief getal

en,
zoals ik van haar leerde
de rest maakt dan niet uit

onbegrip

lachen lachen
en nog eens
lachen

en
bepreken
waarom we zo hebben moeten
lachen

en nooit zal het zo zijn
en nooit zullen we kunnen bedenken waarom

de werkelijkheid is zo
ontzettend ontzettend
stom

de weg naar Eigenheid

aan de ene kant
de verdorvenheid
van de zelfverklaarde
goddelijkheid

aan de andere kant
de knekelbrij
van de veilig gewaande
burgerlijkheid

en dan aan het einde het bord
waarop u kunt zien
als wie u tot zover bent gekomen

en oh ja,
wat u nog weten moet,
de weg loopt vervolgens
hartstikke dood

dus wat rest is
haar te dromen

dat

wat jij was
dat is

een flits van licht
op zachtaardige grond
van oneindige duisternis

quello che era
e ciò che è stato,

un lampo di luce
da infinito tenebre,
su un terreno delicato

godsonmogelijk

Dus als ik het goed begrijp:
God bestaat
wellus
maar ook
wellus
nietdus

Loproep

Laten we met zoiets moois als de 'tanga' meer doen deze zomer.
Ik bedoel: 'krijg de tanga' ipv. 'krijg de klere'.
Klinkt toch veel beter? Zeker met dit weer.
Maar ook 'wat doe jij?, oh, ik? ik dans de tanga' geeft ieder gesprek net dat beetje extra wat het vaak zo nodig heeft.

Dus, krijg de tanga dans de tanga, maak een proefrit in de nieuw Fiat Tanga desnoods, alles beter dan hem deze zomer weer maar zo een beetje boven de rand van je spijkerbroek uit te laten komen waardoor ik soms zoveel later en op heel ander werk verschijn dan oorspronkelijk mijn bedoeling was.

Bedankt!

Pestimist

Hallo gevoel!
Heb je nog wat te melden,
of kom je hier alleen maar
een beetje de boel lopen te verzieken?

8x6

de oprijlaan werd overwoekerd door onkruid

haar voordeur stond op een kier

binnen hoorde je bijna helemaal niets

eenmaal boven ging het licht uit

zij bleef sprakeloos tot ik vroeg

dacht je dat ik nooit sloeg

alles ging dit keer heel vlug

haar jurk had een open rug

3x6

hij viel voor haar als lood

hij viel precies in haar schoot

hij ging later als eerste dood

Wie ben jij

tot op hoogte bevlogen
door de pieken en dalen
van mijn deugd

wordt ik in cirkels bewogen
naar het middelpunt
van mijn jeugd

waar vervolgens
alles wat er was
en alles wat er is
op zijn plaats rust
als jij

maar denk erom alleen jij
dus jij niet
en jij ook niet
en jij al helemáal niet

maar jij
mij kust


soffiato mediante i picchi e le valli della mia forza,
io vado in tondo verso mia infanzia.

dove tutto e tutti cade nel silenzio,
quando, non te o te o tu,
ma tu, sì,
mi baci.

Aldus de Stalker

overal
waar jij niet bent

ben ik alleen

Adder

ach, hoe groen en schoon
schijnt het te zijn
daar
waar
je alles wat
er aan je ontbreekt
zult gaan ontmoeten

zeker als je bedenkt dat,
alles wat je bindt aan hier
slechts de wortel is
in de grond

onder je voeten

Mal In Conia

de pijn
van het later worden
van wat je
nu had willen zijn

Il dolore del più tardi,
quello che si voleva,
in passato.

De kikker op het witte paard

Mijn moeder zei vroeger vaak:
'Jij dikzak, brult het luidst
van mijn Koninkrijk'

En mogelijk is het daarom
dat ik voortdurend kwaak
in zeven sloten tegelijk


Mia madre diceva spesso:

Di tutti le rane ruggiscono,
si ruggisce più frequentemente.

Pertanto è che,
io ruggito in sette serrature
simultaneamente.

Aardig loopt het langst

Twee zwanen op een plas.
Bezig met takjes, rietjes en wat gras

Ik vraag
'hee daar, hebben jullie soms hulp nodig?'

Het mannetje schudt wat met zijn kop:
'neen hoor kabouter, rot maar op,
het bouwen van een nest
gaat met ons tweeën het best.'

En het vrouwtje zegt,
terwijl ze nog een takje legt:
'Je bent hier daarom best wel behoorlijk aardig overbodig door'

Daarop wandel ik maar gauw weer verder
maar roep toch nog gauw:

'Ik vind jullie ook best behoorlijk aardig hoor!'

Che suppongo che

via una mania
un mondo nuovo è presentato

e
che suppongo che

da mediante una depressione
un altro mondo è offerta

e
che suppongo che
che la verità é

Ik neem aan

dat er door een manie
een beeld van
een ander leven
kan ontstaan

en
dat er door een depressie
een voorstel voor
een andere wereld
wordt gedaan

en
dat neem ik aan

Een gedachte voor jou

Zou je met mij
je leven willen delen?
Want jij bent alles voor mij,
en ik ben níets voor jou.
Dus kan dat ons per saldo
helemaal niks gaan schelen.

Un pensiero per te
Vuoi condividere la tua vita con me?
Perchè tu sei tutto per me,
e io sono niente per te.
Quindi,
a conti fatti non c'è differenza
per voi, e per me.

Lente niente

niet eerder was ik
zo verliefd op iets

helaas is mijn liefdesleven
de laatste tijd nogal stevig
aan inflatie onderhevig

en was ik derhalve
niet eerder
zo verliefd op niets

Tsunami

de toverlantaarn
toont de schijn
van een beeldenstorm
die ik dacht
slechts te kunnen dromen

maar iets kan
blijkbaar alleen
zo heel erg
dichtbij zijn

als het van heel ver
is gekomen

Klads

Beste Arbodienst,

Onlangs mocht ik uw schrijfsel: ‘kletsende collega’s zorgen voor overlast’ ontvangen (zie bijlage).
Hierbij laat ik u weten dat ik een van die ‘kletsende collega’s’ ben en wel in optima- forma.
In uw artikel vraagt u zich af in hoeverre wij, de ‘kletsende collega’s’, de collega’s ‘die hard willen doorwerken’ tot last zouden zijn met onze 'koetjes en kalfjes' over bijvoorbeeld boeren die op vrouwen vallen die op boeren vallen die op vrouwen vallen, en zo voort en zo voort.

Welnu, laat ik u en uw dienst hier eens gezellig over bijkletsen, dat kan bovendien mooi op deze vrijdag want dan kletsen de meeste kletsers hier thuis. Voor mij niet gezellig, maar, aan de andere kant: hoe meer er wordt thuis gekletst, des te meer hebben we straks weer bij-te kletsen na het weekend.
Want zo werkt dat. Maar genoeg gekletst nu, op naar de kletspraat waar het u en mij om gaat.

Terecht merkt u op dat kletsen ‘goed is voor het teamgevoel en ontspannend werkt’. Maar dat is niet het enige opmerkelijk effect. Sterker nog, het is een ‘understatement ’ van de bovenste plank mag ik wel zeggen.
Menige kletspartij ontaardt hier namelijk in een brainstorm van heb ik jou daar - welke op zijn beurt niet zelden weer een stortvloed aan goede ideeën en uitvoerbare plannen tot gevolg heeft die op haar beurt zijn weerga weer niet kent.

Mag ik wat noemen?
Wat hier begon als prietpraat over ene ‘boer Frank’ en zijn liefde voor het fokken van geiten, heeft drie, ja u leest het goed: drie patenten opgeleverd: een op het gebied van energetische valorisatie van biomassa©; een met betrekking tot de matiging van CO2 uitstoot© en een op vorstbestendige- haargel©.
En wat dacht u van dat composteerbare, reuk absorberende, kreukvrije, zuurbestendige en waterdichte ondergoed© wat ze bij de Bijenkorf momenteel niet aangesleept kunnen krijgen? Juist ja, allemaal het gevolg van dat gezellige 'onderonsje' met onze directrice onlangs. Al zou ik bij god niet meer weten hoe we daar toen op zijn gekomen.

Enfin, wat ik wil duidelijk maken is dit: de kletser is de spil in elk bedrijf, de motor en de ziel waar alles mee staat of valt, begint en eindigt.En ik weet waar ik over klets! Neemt u dat maar van mij aan.
En nu we het toch over productiviteit hebben: kom daar eens om bij die eeuwig ‘ssssssssssssssst’ roepende collega. Die lapzwans die met zijn speekselrijk gesis om stilte meerdere malen kortsluiting heeft veroorzaakt in veelbelovende kletspraatjes en een laptop.

Dus, die 'extra kamers' voor al die op stilte beluste medewerkers die ‘zo hard willen doorwerken’, een kamer is ruimschoots voldoende voor die stilte-lijders. Deur dicht, slot erop en wég met die sleutel.
Zodoende kunnen wij, het leger der kletsmajoors, niet meer gestoord worden in onze abstracte benadering van het oplossen van de wereldse zaken van problematische aard.

Ik wil het hier graag bij laten, ik moet namelijk nog aardig wat afkletsen vandaag waaronder een aantal stevige dijen.

Natuurlijk, de kletser kletst maar wat, dat wist u al, maar ik hoop dat het u nu ook duidelijk is dat in zijn geklets een waarheid schuilt die net zo hard klopt als de collega op de deur die schreeuwt om stilte.

hoogachtend,

Japiooh,
Kletsmajoor



bijlage:
Kletsende collega’s zorgen voor overlast
11 maart 2011 - Waarschijnlijk praten uw werknemers niet alleen over werkzaken tijdens hun werktijd. Een beetje bijkletsen over allerhande onderwerpen hoort er zo nu en dan ook bij. Dit is goed voor het teamgevoel en werkt vaak ontspannend. Toch kan het behoorlijk irritant zijn voor een andere collega die hard wil doorwerken.
Geluidsoverlast kan soms problemen opleveren voor de gezondheid, zoals hoofdpijn, vermoeidheid en concentratiestoornissen. Maar vallen kletsende collega's ook onder geluidsoverlast? Het is lastig om hier een eenduidig antwoord op te geven. Waarbij de één het beste kan werken in volledige stilte, houdt de ander juist van een beetje rumoer op de werkplek. In de Arbowet staan geen richtlijnen voor deze vorm van geluidsoverlast, maar dit betekent natuurlijk niet dat u zich niet druk hoeft te maken over dit onderwerp.
Er zijn een aantal maatregelen die u kunt nemen om geluidsoverlast te beperken. Stel bijvoorbeeld een aantal kamers beschikbaar waar werknemers kunnen zitten als zij volledig geconcentreerd aan een taak willen werken. Kijk ook naar de vloerbedekking en de gordijnen. Als u deze goed uitkiest, kan het geluid hierdoor gedempt worden. Zet daarnaast printers en faxen in een aparte kamer. Moeten uw werknemers regelmatig een telefoontje plegen? Plaats dan scheidingswanden tussen de bureaus.

Valentijn

Alweer meer dan een jaar nu, stalkt hij zijn ex.

Achtervolgingen op de snelweg, telefoontjes om drie uur in de morgen, bossen- bloemen
op rare momenten en op vreemde plaatsen.

En zo gaat het maar door, dag in dag uit.

Alleen op Valentijnsdag laat hij haar een dag met rust.

Uit liefde.

Oscar

‘Er zijn van die momenten in het leven dat je een stap verder moet. Jezelf weer eens moet gaan ontwikkelen zeg maar. Maar dan wel op het erudiete vlak als het ware, want anders blijft het zo oppervlakkig allemaal.’
Dat dacht het schaap, terwijl het gras stond te eten.
‘Hoewel, ik ben eigenlijk best wel erudiet genoeg, laat ik mijn frivole kant eens gaan aanpakken', dacht het kort daarop en vervolgens: ‘weet je wat: Ik Ga Iets Doen Alsof’.
Hier moeten we even pauzeren want het duurde meer dan een paar dagen voordat het schaap bedacht had wát hij wilde gaan doen, maar toen schoot het door hem heen:
‘een schaap dat zijn contactlensen zoekt, dat wordt hem!

En zo is het dus gekomen dat er tussen al die schapen die we vandaag de dag zien in de wei zien staan, er een staat te doen alsof ie zijn contactlensen zoekt.
Mocht je zulks overigens zien, laat dan een even bescheiden applausje klinken, dat zal het leuk vinden.
Een kort ‘bravo, Oscar!’ mag ook.

Want zo heet hij, het schaap.

Tikkie leaks

Mejuffrouw Bobeldijk, dank voor uw reactie. Echter is het met betrekking tot uw inbreng nog steeds onzeker, en daardoor aleatoir, en blijft het dus dubieus, zelfs gewaagd mogelijk zelfs gevaarlijk , wellicht hachelijk en sowieso onbeslist, op het onbestendige af in deze, ergo, op het randje van onvast zelfs, en daardoor mogelijk indirect onduidelijk, en mede ook nog daarom ongewis, of met andere woorden onvast, ten opzichte van de onveilig geworden precaire problematiek, of het riskant is geworden (en daarom twijfelachtig) of we het kunnen gaan oplossen met betrekking tot de gestelde deadline.
Vandaar mijn voorstel tot escalatie.
Zo kunnen we in iedergeval het borgen van de schuldvraag op een, níet, wankele, danwel wisselvallige, mogelijk aanvechtbare, waardoor als betwistbaar te beschouwen, leest gaan schoeien waardoor het geheel op een naar verwachting niet bedenkelijk mogelijk zelfs onbetrouwbaar - en daardoor equivoque - niveau zal komen te verkeren.

Dus nogmaals, escalatie, we hebben geen andere keus. Dat is de ellende van deze kwestie. Ze is geweldig kwestieus

1986

Voor onze lieve en gewaardeerde collega Geertje moeten we iets opschrijven vanwege haar 25 jarig- jubileum. Alsof zo een fijne bloemenbon al niet genoeg is. Denk aan alle prachtige passiflora die je er mee kunt aanschaffen. Maar goed, het zei zo en voor Geertje doe ik zoiets graag.
Vijfentwintig jaar, dat is best een tijd geleden. Laten we eens kijken, wat deden we toen ook alweer zo een beetje? Ach verdraaid dat is waar ook! Dat is het jaar dat ik voor de eerste keer de Elfstedentocht win herinner ik me plotseling. En of ik wil of niet- maar natuurlijk wil ik, anders moet ik iets uit mijn duim gaan zuigen- beginnen de herinneringen aan mijn geestesoog voorbij te komen.
En weet je wat Geertje, nu je dit toch aan het lezen bent, kijk even mee:
Direct na het startschot zien we dan dat ik kan aanpikken bij een zekere WA van Buren, ‘de dolle Soestdijker’ die vanwege zijn drieste start èn brede zitvlak bij veel wedstrijdrijders geliefd is. Weliswaar vooral geliefd om ‘bij uit de wind te zitten’, maar toch. Wel zitten er aan beide zijden van mij, en dus ook achter het koninklijk- breed- uitgemeten windvrije achterwerk van onze Willem, tevens al mijn rivalen voor de overwinning. Een man of acht. Dus een gelopen race is het bepaald nog niet.
Na een tijdje blaast de dikkont zich, zoals te verwachten, totaal op. Als een raket met een lekke brandstoftank klapt hij volledig uit elkaar.
Drie sterke rijders uit het oosten van het land nemen de kop over. Ook die mannen ken ik. Het zijn de niet al te slimme gebroeders Duim. Ik zet me vlug achter hun stevige ruggen en vlieg heerlijk uit de wind verder naar Sneek. De drie Duimers zouden volgens hun moeder het verstand hebben verloren door besmetting met het zogenaamde ‘brain-virus’. Het eerste computervirus ooit gevonden. Die moeder Duim toch. Onzin, maar leuk verzonnen blijft het.
Net als ik denk dat het tijd wordt om ze maar eens de verkeerde kant op te gaan sturen, schuift de sluwe Ruud Lubbers naar voren. Hij haalt een plan tot opleiding in de ICT, mèt behoud van uitkering, uit zijn rugzak en overhandigt dit aan de sterkste van de drie. Dit geeft zoveel verwarring en discussie binnen het groepje dat ze bij de eerste de beste kluunplek een café binnen moeten om er met hun moeder over te gaan telefoneren. Ziezo, we kunnen dus verder zonder deze weliswaar sterke, maar domme jongens.
Maar nu zit ìk met die geslepen Ruud, die achter mijn rug zijn ICT- opleiding kletsverhalen naar mìj begint te roepen. De bits en bytes vliegen me om de oren. Maar ik trap er niet in. Neen, ik zal hèm eens leren met zijn gewauwel over banen en Ict. En die gelegenheid komt al snel. Vlak voorbij Bolsward gebaart Ruud dat hij dorst heeft gekregen van al zijn gepraat. Ik overhandig hem daarop mijn geheime wapen: een bidon met Italiaanse wijn die is aangelengd met een ietsepietsje methanol. Dàt zal hem leren. En ja hoor, nog voor Harlingen gaat hij, lijkbleek en met heftige krampen naar de kant. Ook van Ruudje zal ik dus geen last meer hebben.
Hola, maar nu even opgepast. Wie komt daar voorbij gestoven? Het is de nog fris ogende Edmond Halley zie ik vanuit mijn ooghoeken. En hij gaat er als een komeet van door.
Maar gelukkig! Net als in 1901 gaat hij veel te hard en vliegt even verderop in een flauwe bocht compleet uit de baan en verdwijnt uit het zicht. Een ijswolk van opstuivende sneeuw achter zich aan werpend. ‘Die zien we voorlopig niet meer terug’, roep ik tegen het inmiddels flink uitgedunde groepje koplopers.

Enfin, en de rest is geschiedenis.
Of ik de de kleine Maradona keihard uit de baan (en tegen een koek-en-zopie) zou hebben geduwd? Irrelevant. Goed het was mìjn hand die te zien was op de tv- beelden. Maar ik zeg jullie, alles gebeurde in een reflex. Het was dus eigenlijk meer ‘The Hand Of God’ die het lot van die kleine bepaalde.
En dat ik het op een akkoordje zou hebben gegooid met de laatst overgebleven kanshebber Greg Lemond? Waanzin! Ik zou hem hebben beloofd dat ik hem daarop zou helpen de tour de France te gaan winnen? Lariekoek. Je reinste lariekoek mensen.

Maar wie het niet geloven wil allemaal, mag gerust een keer bij mij thuis het gewonnen gouden- elfsteden- horloge komen bekijken. En wie het dàn nog niet geloven wil. Nou die gelooft het dan maar lekker niet. Het leven gaat toch wel door. Wat ik je brom.

Waanzin

De een maakt graag chocoladetaart,
de ander ruzie.

Wie dit niet snapt
hapt voortdurend
in zijn eigen illusie.

Wankel evenwicht

Blind van levenslust
fladdert iets in mij
voortdurend naar het licht.

Soms, als het even rust,
kan ik het vatten
en dan houd ik het gevangen,
tot het zich bevrijdt,

in een gedicht.

Digitaal

smartphone in linkerborstzak
telkens trilt hij even
deze pacemaker
van mijn twitterleven

Heb je dit wel eens

Dat je boven een
onpeilbare diepte
hangt

En alles is stil
niemand zingt

Gedragen
door een
onzichtbare kracht word je

En alles is stil
Niemand zingt

En je weet dat
als je wakker wordt

Dit je leven is
En het leven slechts een droom

Waarin je zinkt

Miss Muze

Na een lange vlucht
Is ze weer in de lucht

En cirkelt ze in en om
En rond mijn hoofd

Van waar, door haar
Fluisterend
Van alles wordt beloofd

Maar telkens als ik haar grijpen wil
Ready to Kill

Word ik door haar
Van mijn illussies beroofd

En ontsnapt ze in een zucht

Hou je adem bij je eigen

Ik denk dat ik voortaan
alleen nog maar
mijn eigen adem slik

want van die
van jouw
krijg ik de hik

Morning has broken

Straks lekker met mijn klompjes door de sneeuw,
die er dan aan blijft plakken,

zo word ik groot.

Daarna lekker de kroeg in,
voor een kopstoot!

IJdeltijd

hallo spiegeltje
ik weet wel waarom
jij niet naar me lacht

de dag is mooi begonnen,
maar ik ben nog altijd
lelijk als de nacht

Die zijn grof, joh!

Het leven is een vreemde onverklaarbare pijn
Sprak laatst onze opa Thijs,

Waarop oma Coby repliceerde met:
'JAHOOR!....,
maak dat mijn bejaarde kut maar wijs!'

Bobel That Missy

Het slimme blondje op mijn werk
Vroeg me mijn mening
Over het verschijnsel Facebook
En haar beleving

Natuurlijk was ik eerst (zoals altijd)
Door haar blondheid
Met stomheid geslagen
Maar nu
Terwijl ik langs de ramen ren
Begint mijn mening me te dagen

Omdat ik zie dat
Vista de Windows
Waar langs ik kom

De wereld wordt doorzeefd
Met leven wat niet meer
Wordt beleefd

Maar nog slechts
Door haar spiegelbeeld
Wordt verdragen

Kinderlijk uitgaan

Voordat hij uitgaat vraagt de nachtkaars aan de spaarlamp:'ga je mee uit?'
'neen', antwoordt de spaarlamp, 'ik moet zuinig aan doen'.

Ik hou niet meer van rouw

ok,
jij bent dan wel dood
maar ik heb ook gevoelens

De cirkel is blond

Voor jou en je blonde lokken
Op je bolle kop

Voor het lief en leed
Wat het leven je zal gaan schenken

Voor alle gevaar
Dat ik ervan zal weerhouden

Van jou ooit maar een haar
Te willen gaan krenken

Niet dat ik nu al weet
Hoe ik dat precies ga aanpakken

Maar dat is zo handig van de liefde
Dat je daar niet over na hoeft te denken

Buurvrouw

Heb ik weer, wil ik net naar bed gaan, wordt er gebeld.
Het is de buurvrouw met een probleem: haar kleine Rudolf kan niet slapen zonder het sprookje nog eens verteld te krijgen van Jan Willem Odorex en Nathalie Hop. Maar, ze 'weet ineens niet meer hoe dat ook alweer ging'. Wel weet ze dat Rudolfje 'echt helemaal gek wordt' als ze het hem niet snel gaat vertellen. Want 'zo is hij'.
En het is misschien heel stom van me, maar op het moment dat ik het wil gaan vertellen, ontschiet het mij ook ineens.
'Was het nou Nathalie die op last van haar vader met de, op staande- voet- ontslag- staande, postbode een relatie moest beginnen om zo de digitalisering van de posterijen binnen zijn gebied te kunnen saneren of juist andersom? En Jan Willem Odorex (of was het nou Rolodex?) welke rol speelde hij nu toch? Iets met paperclips maar wat ook alweer?'
Ik zucht pieker en peins, kijk eens omhoog in het licht van de straatlantaarn, doe mijn haar anders, maar het wil me op geen enkele manier te binnen schieten.
'Zeg!, ik heb niet de hele avond, wat denk je wel, jij sprookjes- analfabeet!', gilt de buurvrouw plotseling waarop ze binnen een handomdraai de kuierlatten neemt en uit mijn zicht verdwijnt.
En al weet ik inmiddels wel,'dat is nu eenmaal zoals het buurvrouwtje is' toch vind ik het iedere keer ook wel weer een beetje ongepast. Wat kàn díe vrouw te keer gaan over niks.

Nou dat wordt weer raar dromen, wat ik jullie brom.

Welterusten.

Een vreeeeemde fiets

Knijtje was een jongetje dat altijd verliefd werd op de verkeerde meisjes. Nou ja eigenlijk was dat niet zo maar anders. Knijtje had maar één manier om zijn liefde te betuigen. Voor alle andere was hij te verlegen.Hij deed het zo: als hij verliefd was geworden versierde hij de fiets van het onderwerp van zijn verliefdheid met veel liefde en toewijding en verf en bloemen en lieve kleine pluchen hondjes die dan weer heel grappige hoofddoekjes op hadden enzovoort.

Hij had dus een eigenaardig romantische inslag die jongen, verder niks mee mis mee, ware het niet dat Knijtje nóg een, in een fietsland als Nederland lastige, eigenaardigheid kende, hij kon geen fiets- kenmerken koppelen aan de eigenaar of eigenaresse ervan. De eerste keer bijvoorbeeld dat hij op zijn nieuwe fiets naar school was gegaan, vrolijk nagewuifd door zijn moeder, kwam hij die middag thuis met de bakfiets van de melkman.

Zijn moeder vond dat vergissen menselijk was en dat het niet kunnen herkennen van de fiets in combinatie met de eigenaar iets was wat op latere leeftijd wel zou overgegaan.
Een beetje zorgen maakte ze zich wel want had wijlen haar eigen man niet iets soortgelijks gehad? Weliswaar meer met vrouwen zelf en niet met hun fietsen, maar toch? (“Excuseer me” was zijn verweer dan als hij met zo een door hem versierde vrouw door zijn eigen vrouw betrapt werd: “ik wist niet dat jij het niet was”. )

Volgens de dokter, waarbij Knijtjes moeder te rade was gegaan, was hier weinig aan te doen en kwam het bij veel mannen voor, hij zelf had er ook wel eens last van had hij haar giechelend bekend terwijl hij haar daarbij een kneepje in de linkerwang had gegeven.

Vooral dat laatste had de moeder van Knijtje gerustgesteld.

Hoe dan ook, bij Knijtje ging het helemaal niet over allemaal, maar na verloop van tijd raakte men er in het dorp wel aan gewend.
Vond men zijn of haar fiets even niet, dan vond men dat 'lopen gezond was', liep naar het huisje van Knijtjes moeder en haalde zijn of haar fiets daar dan weer op.
Ook wist na enige tijd het hele dorp dat als men bijvoorbeeld de dominee van het dorp met een prachtig rood gelakte fiets zag rondrijden, versierd met bloemen en feestelijke franjes en pluchen hondjes met hoofddoekjes, dat Knijtje weer ‘op iemand was’.

Het moge duidelijk zijn dat Knijtjes versierpogingen niet naar enig voor hem wenselijk resultaat kònden leiden. Terwijl zo langzamerhand zowat het hele dorp op een prachtige felrode, kanariegele, of hemelblauwe fiets rondreed, versierd met bloemen hondjes ja nou weten we het wel enzovoort, woonde Knijtje, die inmiddels een flinke Knijt was geworden, nog steeds alleen met zijn moeder.

Toen Knijtje veertig zou gaan worden wilde zijn moeder hem een moderne computer kado geven met Wifi en Internet en Datingsites enzo. Dat vond zij een plan met vooruitziende blik.

Maar op de dag zelf ging het mis. Knijtje kwam vrolijk naar de woonkamer gelopen waar zijn moeder al voor hem stond te zingen. Hij  zag  zijn kado en bleef daarop direct stokstijf staan. Zijn ogen werden groot en zijn hoofd werd helemaal rood en toen nog roder.

Zijn moeder had het wel een leuk idee gevonden om de nieuwe computer te versieren met allerlei feestelijke franjes en pluchen hondjes met hoofddoekjes enzovoort.

Tsja, en zoiets moet je dus niet doen hè. Niet bij Knijtje in ieder geval. En helemaal niet als je 'Knijtjes moeder' heet.

Dat snappen jullie nu toch wel. Of heb ik het weer niet goed uitgelegd allemaal?

Hemeltjelief

toen jij stierf
mijn allerbeste
aller aller liefste
vriend

geloofde ik nog niet
dat als er iemand dood gaat
je hem dan helemaal nooit meer
neen, echt helemaal nooit meer
ziet

maar nu weet ik
na zoveel jaren
zo langzamerhand
dat elk geloof
de vader heeft
die het verdient

Het moet niet Toller worden

In 1989 raakte ik, tijdens een vakantie in de Spaanse Pyreneen, na een nacht van angst en dolheid in een soort psychose.
Het is een bekend verschijnsel in de psychiatrie. Zelfs onze Lieve Heer had, volgens sommigen, een zoon die er last van had. Het komt dus in de beste families voor.
De zwitserse psycholoog en psychiater Carl Gustav Jung heeft er veel over geschreven en ik heb daar later, door te doen alsof ik begreep waar hij het over had, veel aan gehad.
Jung's theorie is in het kort dat, door uitval, ineenstorting van het ego dit overspoeld kan worden door de inhouden van het zogenaamde collectief-onbewuste. Het collectief-onbewuste -het zelf van alle mensen die leven en geleefd hebben - neemt dan (in mijn geval tijdelijk) het individuele (en in mijn geval niet ontwikkelde) zelf over. Aldus fungerend als de automatische piloot in een stuurloos geworden leven.
Ik kom hierop omdat ik me even interesseerde in een zekere Eckhart Tolle die – heel veel – boeken schrijft over zelfontplooiing. Zijn thematiek is gebaseerd zo zegt hij zelf, op de volgende persoonlijke geschiedenis:
Uit:
http://nl.odemagazine.com/doc/0068/Tijd-voor-nu-Een-gesprek-met-Eckhart-Tolle/

De man in het bed is panisch van angst. Voor de zoveelste keer wordt hij midden in de nacht wakker met die ene, zich steeds herhalende gedachte: ‘Ik kan niet meer met mijzelf leven. Al jaren wordt hij heen en weer geslingerd tussen ondragelijke spanningen en zelfmoordneigingen. Hij is nog geen dertig, maar de wereld is voor hem nu al een kille, vijandige plek waar hij zo snel mogelijk vandaan wil. Het liefst wil hij oplossen, voorgoed verdwijnen. Deze nacht is de pijn nog heviger dan anders. ‘Ik kan niet langer met mijzelf leven, ik kan niet meer met mijzelf leven, bonkt het in zijn hoofd. Dan gebeurt er iets vreemds. Plotseling komt er een andere gedachte in hem op: als ik niet met mijzelf kan leven, dan moeten er twee ‘ikken zijn: de ‘ik en het ‘zelf waarmee ‘ik niet kan leven. ‘Misschien , denkt hij, is slechts één van hen echt.
Die gedachte maakt zoveel indruk, dat hij even helemaal niet meer kan denken. Zijn geest wordt – voor het eerst van zijn leven volkomen stil. Maar net als hij opgelucht wil ademhalen, verandert de stilte in een draaikolk die hem dreigt mee te zuigen. De angst die hij nu voelt, is zo mogelijk nog groter dan enkele minuten geleden. Hij vreest zichzelf te verliezen en klampt zich terwijl zijn lichaam oncontroleerbaar begint te trillen wanhopig vast aan wie hij denkt te zijn: hij is Eckhart Tolle, wetenschappelijk medewerker aan de universiteit van Cambridge, hij is Duitser, hij is een man, een mens, een... maar het is al te laat. De draaikolk neemt hem mee naar onpeilbare diepten en alles wat hij kan doen, is zich laten vallen.

Eckhart Tolle kan zich niet meer herinneren wat er daarna is gebeurd, maar als hij bijkomt, is hij een ander mens. Ook de wereld om hem heen lijkt veranderd. Het zonlicht dat door de gordijnen valt, is zo mooi, dat hij er tranen van in zijn ogen krijgt. De rest van de dag loopt hij in opperste verbazing door de stad diep onder de indruk van de schoonheid van het leven. Alsof hij opnieuw is geboren.


Tot zover Tolle.

Wat mij opvalt is dat Tolle daarna die staat van overheersing van het zelf door het collectief-onbewuste, propagandeert als de enige juiste staat van bewust-zijn.
Gek word je ervan.
Het beroerde is dat dat niet kan, we zijn het (evolutionaire) stadium voorbij dat we kunnen (blijven) leven met zo een collectieve overheersing van ons zelf.
Vroeg of laat zal het individuele zich herstellen, meer en meer van zich gaan laten horen en van zich gaan laten zien.
Het zal efficiënter opereren dan voorheen, maar dat is alles.
En dat is meer dan genoeg.



Rustig

Het begon eigenlijk met de vakantieplannen van een zekere Margriet. Of eigenlijk daarvoor, met de plannen van haar vriend om een gesponsorde reis door Afrika te gaan maken met collega's. Margriet die iets had van 'jij wat leuks, ik wat leuks!' besloot tot een vakantie in Stockholm om aldaar een oude vriendschap nieuw leven in te gaan blazen.
Acht leden van de zangvereniging van deze Margriet, besloten toen zij dit hoorden, een zangconcours in New York te gaan bijwonen.
De levensgezellen van deze zingende vrouwen wilden ook niet achterblijven en besloten vanaf hun werk op sabbatical te gaan.
De collega's van déze groep bedachten zich ook niet lang en besloten hun sluimerende burn-out's nieuw leven in te blazen en waren dientengevolge eveneens plotsklaps met de Noorderzon vertrokken.
Vervolgens gingen bijna alle leden van de sportverenigingen waar ze zich bij hadden aangesloten op hùn beurt hun vrouw en kinderen, al of niet tijdelijk, vaarwel wensen, waarop deze groep ….

Goed, ik vind het best allemaal maar ik wil nù, voor het te laat is, wel alvast graag weten bij wie ik straks nog terecht kan met mijn Airmiles.

eMKÉLAL 2010

Beste mensen,




de nummer-1,
mevrouw Achaam Olafsun.



Voordat ik u de uitslag meedeel van de Marc-Klein-Essink-Look-A-Like-Dag 2010 eerst het volgende:
Wilt u volgend jaar alstublíeft op tijd, en correct ingevuld, uw deelname-formulier voor de jaarlijkse Marc-Klein-Essink-Look-A-Like-Dag inzenden?
Helaas moesten wij ook dit jaar weer diverse kandidaten teleurstellen omdat zij dit niet hadden gedaan.
Bijzonder triest bijvoorbeeld dit jaar was het geval van de 87 jarige Getrude Klepstra die was vergeten een pasfoto bij te sluiten die aan de eisen voldeed. Iedereen die haar zag op de MKÉLAL-dag zelf was het over eens: een kanshebster, zonder meer. Vooral de speciaal aangebrachte tatoeage op haar linkerdijbeen en de neus- piercings zorgden voor een oogverblindende gelijkenis.
Ook heel jammer was het voor de familie Willemsen die met hun Marcje helemaal voor niets uit het verre Maastricht waren gekomen. En hij hàd nog wel zó zijn best gedaan op zijn trapeze-act. Maar ja mensen, regels zijn regels. Volgende keer dus wel de juiste geboortedatum vermelden a.u.b.

En dan nu de uitslag:

1:Mevrouw Achaam Olafsun uit Andel, Brabant-> 9.83 punten,
de jury was het er unaniem over eens dat onder haar Burka een treffende gelijkenis verscholen moest gaan.

2:Wildfried Ruiter uit Grou, Friesland-> 8.51,
De jury heeft lang gedebatteerd over de nummers 2 en 3.
Wilfrieds vaardigheid in het kunnen laten rollen van de biceps onder het zingen van het Westfriese Volkslied zorgde echter voor het benodigde extra een-honderste punt.

3:Frans van den Bedem uit Houten, Utrecht -> 8.50
Zijn tabaks-pruim-act was ook dit jaar weer weergaloos, jammer jammer dat hij tijdens het jongleren met de kettingpons een schakeltje liet vallen.
Volgend jaar meer geluk Frans, eens moet het toch lukken!

Beste mensen, vrienden en vriendinnen, het was weer een prachtige dag,
bedankt en tot de volgende keer.

MarcKE.

Sport Dag

Niet het plotseling loshangend haar van Eline
Noch de blik van de de ineens weer 12 jarige Margriet
Maakt mijn dag
Maar de lieve conducteur in de trein
Die op zijn alleraardigst zegt
Dat ik met mijn foute kaartje
Wat hem betreft
Tot het einde van de wereld reizen mag

Brazilië

Een-nul voor Brazilië!
Rustig leg ik nog eens aan mijn zonen uit dat voetbal een ritueel is waarbij nu eenmaal de beste hóort te winnen. En ook leg ik nog eens uit dat deze tegenstander - Brazilië, de nummer een van de wereld is.
De jongste, Niek, is zo teleurgesteld door de achterstand én door mijn theorie dat hij niet verder wil kijken. Zijn moeder dwingt hem min of meer om dit toch maar te doen want,’je weet maar nooit’. De oudere zoon, Wes, vindt het maar een domme doemdenkers theorie. Ik schud mijn hoofd over zoveel gebrek aan historisch-besef èn gebrek aan voetbalkennis.
Met (afgedwongen) geluk wordt het plotseling weer gelijk. Moeder is blij en de zonen juichen hard.
Ik kijk peinzend toe. Verdomd! flitst het door mij heen, ‘waren ze de eerste 5 minuten eigenlijk niet even goed en zelfs iets beter en werden ze door een dekkingsfout niet iets tè genadeloos afgestraft?, en ook: 'alles is weer helemaal open!.
Mentaal had ik me al naar een 3-0 achterstand gedoem- dacht en deze 1-1 gooit mijn hele psychisch-weerbaarheidsplan in de war. Ik haal echter diep adem en herhaal mijn theorieën nog maar eens rustig. Dit keer met de toevoeging dat geluk geen factor mag zijn bij de ‘bepaling van de symbolische rangorde van staten in vredestijd’ die een WK- voetbal is.
Gelukkig luistert nu helemaal niemand meer naar mij.
Het wordt twee-een voor Nederland.
Ik blijf rustig zitten maar het teleurgestelde voetbalkind-in mij (WK'74 generatie) springt op en roept ‘hoera, hoera, hoera!’ en meer dingen die iemand roept als hij plotseling heel erg blij is geworden.
Snel probeer ik dit kind weer rustig te krijgen maar het is niet meer te houden: ‘de klok, niet naar de klok kijken’ siddert het, en ook: ‘Ik moet heel erg plassen maar dat mag niet want ik moest ook al plassen toen NL op voorsprong kwam, dus, vasthouden dat gevoel’.
Nederland voetbalt verder, levert weer dat beeld van standvastigheid, lastig te doorbreken weerstand en constante dreiging van de eerdere wedstrijden van dit WK. Een gefrustreerde Braziliaans speler helpt verder een handje door op het dijbeen van een Nederlandse speler te gaan staan. Omdat dit niet mag moet hij van de scheidsrechter iets anders gaan doen.
Nederland wordt steeds beter en ik ben helemaal de kluts kwijt, raas en tier er als een geval van Gilles de la Tourette op los. Aan het eind van de wedstrijd mist Nederland nog een niet te missen kans. Ik stuiter gillend van zenuwen door de kamer:
‘GODVERDOMME SCHIET HEM ER DAN IN STELLETJE KLOOTZAKKEN, KLOTE KUYT !!! ’
Hierop besluit mijn vrouw de scheidsrechter na te doen en, in overleg met haar twee zonen, mij de kamer uit te sturen.
Huilend van geluk hoor ik daarna op mijn kamertje het gejuich in de buurt losbarsten. Nederland wint! Ik bijt echter keihard in mijn kussen zodat niemand mij meer kan horen. Zodoende hoop ik dat, als ik me vanaf nu weer normaal gedraag, ik er tijdens de finale misschien wel weer bij mag zijn.

Fiets hem er in

Sommige mensen zijn goed in hardop lezen in bed
Andere zijn goed in bed zonder meer
(vermits zij de kans krijgen om dit waar te maken natuurlijk)

Weer andere kennen meer dan 100 vliegtuig-merken uit hun hoofd
En kunnen daar nog leuk over vertellen bovendien

En weer andere - al kunnen het theoretisch natuurlijk wel dezelfde zijn,
maar die kans is klein schat ik -
zijn goed in het ramen lappen met een zeem en een spons

Maar let op,
en nu komt het,
daar gaan we dan,

Maar niemand is zo goed,

neen neen werkelijk niemand
is zo goed,
als ons Franske is,

als die Franske is van ons,

met zijn superbe
zijn werkelijk superbe
kettingpons

Nou wil ik het weten ook

Lees ik net 'Amy Winehouse wil kinderen...'

Ja denk ik dan, wàt wil ze nou:
kinderen een lesje leren;
kinderen waarschuwen voor mannen die snoep aanbieden;
kinderen duidelijk maken hoe je een platte knoop maakt ???

Kom op Amy, niet met een been in die kast blijven hangen.
Gooi het eruit !
Total body -commitment nu svp en vlug een beetje.

Ik ben namelijk wel degelijk razend nieuwsgierig wat jij, Amy Winehouse, met kinderen wil.

Ik geef me over

Deze lente is er een
Teveel
Voor een man alleen

Mag ik
daarom jou
voor deze ene keer

Voor altijd om me heen

Harp

Vanochtend zag ik een meisje lopen met een grote harp. Die harp droeg ze in een draagtas met schouderband. Mijn zus had vroeger ook een harp. Dat was niet het probleem. Het probleem was dat ze te pas en te onpas op deze harp begon te spelen. Nu kom ik een zeer groot gezin en weet ik daardoor dat binnen zulke gezinnen van alles moet worden gedaan om de aandacht te krijgen. Maar de zus met de harp overdreef.
En, had ze nou een juiste snaar weten te raken, bij deze of gene dan was het nog tot daar aan toe geweest, maar ze kon op het ding nog geen drie normale noten achter elkaar spelen.
Ik herinner me nog goed de uitreiking van mijn zwemdiploma-A. Op de tribune zat een dozijn broertjes en zusjes, ooms en tantes en natuurlijk mijn vader. Bibberend van de kou, maar inwendig gloeiend van trots, stond ik op het moment te wachten dat de doos met diploma's en medailles bij mij gearriveerd zou zijn. Vlak voor het moment dat de aandacht op mij en mij alleen gericht zou zijn klonk er geroezemoes vanaf de tribune. Ik keek in dezelfde richting van waarin het publiek keek en ja! hoor!, daar op het plateau van de hoge duikplank zat zus- lief weer met haar harp.
Ze was net klaar met doen alsof ze het instrument aan het stemmen was geweest, wendde een moment van inspiratie voor en begon toen in het wilde weg wat te tokkelen.
Mijn vader probeerde nog met opgetrokken schouders en druk gebarend de badmeester duidelijk te maken dat er niets bijzonders aan de hand was, maar deze was al volledig in beslag genomen door mijn zus met haar harp. Toen zij vervolgens, tijdens haar zogenaamde 'wilde slotakkoord', met harp en al van het platform schoof en in het water donderde, doken alle badmeesters er ogenblikkelijk bovenop. Lelijk was ze niet.
Ik kon daarop nog net mijn diploma van de stapel grissen en uit de kluwen op de grond liggende medailles een exemplaar los peuteren voordat ik me uit de voeten maakte. Later in de kleedkamer, met het tumult nog hoorbaar op de achtergrond, zag ik dat ik abusievelijk het diploma van ene Anton Goudsmid had gepakt.
Zo ongeveer ging het ook met de diploma's B-C en D (sorry Anton).
Ook herinner ik me een concert van David- Bowie in de Ahoy waar we, op uitnodiging van een zekere tante Bep, met de complete familie mochten aanzitten. Voor het publiek moet dat een verwarrende vertoning zijn geweest met die plotseling verschenen tokkelaar daar achter op het podium. Het spektakel, toen ze haar de harp afnamen en vervolgens wilde afvoeren, moet bij velen in het geheugen staan gegrift. Waar ze toen zo snel nog die mondharp vandaan haalde is me trouwens nog steeds een raadsel.
Enfin, daar moest ik dus ineens aan denken toen ik daar dat meisje zag lopen bij de sluis.
Maar het kan ook iets heel anders zijn geweest hoor, bijvoorbeeld een opvouwbare hondenmand.
En ook kan het heel anders gegaan zijn vroeger.
Het geheugen is namelijk een vreemde snuiter, zeker als het gaat over de eigen jeugd.

op=op

Hoe meer mensen
er gelijk hebben
Hoe minder er zijn
die het nog
kunnen krijgen

En ze heet Margriet

Zoals het haar de hele winter al vergaat:
weer is ze gevallen
En alweer ligt ze op de straat

Ze denkt: genoeg is genoeg en stop is stop
dit keer blijf ik mooi liggen ook
en sta ik derhalve niet meer op
Iemand moet me maar komen halen, of maar niet
Mij is het nochtans om het even,
net zo lief lig ik hier namelijk
de rest van mijn leven

Een Winterkoninkje ziet haar
en fluit iets van een lied

Het meisje hoort hem wel
En voelt wat hij ermee bedoelt
Maar begrijpen doet ze hem niet

Laat maar lopen

Er rende ergens ooit
een meisje door een park
Ze draafde maar
En draafde maar
Almaar in het rond

Misschien dat ze het deed
Omdat die aardige leraar ooit tegen haar zei:
'Jee wat kan jij hard lopen'
en dat het haar zo goed stond

Maar misschien was het ook
Omdat men niet lang daarvoor
Haar vader verdronken
In de IJssel vond

de omloop

Waarom Jozef geen baanrenner is geworden maar taxichauffeur?
Ach, het kan raar lopen in deze wereld, laten we het daar op houden. Voor nu is het genoeg om te weten dat hij weer op zijn vaste stek achter het station stond, wachtend op een vrachtje.
Op het moment dat de zon tevoorschijn schoof en Jozef dit schouwspel met geknepen ogen gade sloeg, kwam er iemand vanuit het ontstane tegenlicht in de richting van de standplaats gelopen. Met zijn rechterarm trok hij een koffer op wieltjes achter zich aan. Naarmate de man dichterbij kwam en het geknars van de wieltjes luider en luider klonk werd het Jozef duidelijk waar hij mee te maken zou krijgen. Hij keek nog eens goed en ja hoor, de man met de koffer, Jozef wist het nu zeker, was een grote en gezonde neger.
En nu rustig blijven, dacht Jozef, zoiets gebeurt je hooguit éen keer in je leven, verpest het nu niet. Al zijn sombere gedachten, die hij juist daarvoor nog had gehad, waren als sneeuw voor de zon verdwenen. Weg het verdriet om zijn misgelopen baanrenners carrière, vergeten zijn vader en zijn gedram richting het taxi-bestaan. ('Jozef, jongen', placht deze vroeger te pas en te onpas te zeggen, 'baanrenners draaien maar als dol in het rond, terwijl de taxi-man, die gaat van A - bijvoorbeeld Amsterdam - tot Z - bijvoorbeeld Zwolle. Díe komt dus nog eens ergens en weer terug bovendien.') Verdampt ook de wrok over het vertrek, precies een maand geleden, van zijn vriendin met die tweederangs veldrijder uit Portugal. Dit hier en nu, en niets anders dan dat, voelde Jozef, was het moment dat al zijn levenslijnen in een fantastisch moment en op een en dezelfde plaats, tezamen gingen komen.
Maar, zoals zo vaak, liep het allemaal anders:
'Jongeman', klonk het plotseling vanachter Jozef, 'kun je me even helpen, ik heb nogal haast'. Achter Jozef stond een oude krasse dame. En hoe Jozef het ook wendde of keren wilde, er was geen houden aan. De dame beweerde dat ze er als eerste had gestaan en dat Jozef moest opschieten bovendien, anders zou ze de Elle-design-beurs grotendeels mis lopen.
Er zat niets anders op dan haar naar haar design-beurs te rijden. En dat heeft Jozef toen gedaan.
Want als het iets is waar Jozef niet tegen kan dan is het ruzie.

Vakmannetje (waar gebeurd)

De Meern, renovatie-bouwplaats.
Twee bouwvakkers, 1 boven op steiger (Joop1), ander beneden (Joop2)

Joop1: JOOP!
Joop2: JA!

Joop1: JE BENT VERGETEN HET HIER WATERPAS TE ZETTEN !
Joop2: WATTUH !

Joop1: JE BENT VERGETEN HET HIERO WATERPAS TE ZETTEN !!!
Joop2: ... HET WATER-WÁT-TE-ZETTEN ???

Slik

Iedereen kan van alles
Behalve ik

Met van alles bedoel ik o.a.
- een raket laten landen op de maan
- op zijn voordeligst op een foto komen te staan
- voor het dronken worden naar huis toe gaan
- halfvolle yoghurt maken met banaan

En nog veel meer
De complete santekraam
De totale mikmak
De hele zwik

Dat is denk ik dan
Zo ongeveer
Wat iedereen kan

Behalve ik

zelfbeeld

er was eens een meisje
met een flabber-mond
tenminste
dat is wat ze er zelf van vond
van die mond

maar
alle jongens van leden goed
en kerngezond
die keken naar haar
en naar haar mond
en floten naar haar
de lippen strak
en kogelrond
....
maar wacht
daarom is het natuurlijk
dat zij altijd dacht

kijk
díe jongen
dìe heeft nu een mooie mond
terwijl die van mij
die flabbert maar wat in het rond

wat is een zelfbeeld 
toch raar

klipenklaar

boertje Boerham
nam een boterham
met een t
die was zo heet
dat hij hem proestend
in zijn kieltje smeet
en dat is krek waarom
boertje Boerham nu
boertje Boterham heet

Van het concert des levens krijgt iedereen nog eens een rolberoerte!

Een vrouwelijk collega komt verontwaardigd van de wc en roept uit: 'gadver! dat vind ik nu zo vies: poepstrepen!'
Ojee denk en weet ik dan direct, die poepstrepen raak ik vandaag niet meer kwijt. En ja hoor, overal gaan mensen die dag op hun poepstrepen staan; de ondernemingsraad haalt een vette poepstreep door de plannen van het management (dat is een lelijke poepstreep door hun rekening!); een vrouwelijk collega heeft momenteel duidelijk een poepstreepje voor bij onze directeur, en ga zo maar door.
Ja hoor ik u duidelijk denken: liever niet, ik sluit de boel liever af, doe de voordeur op het nachtslot en morgen zien we wel weer. Maar zo simpel is het niet. Krijg ik kort daarop van een andere collega een kaartje voor een concert onder leiding van ene, jawel en ik wil heus niet lollig doen: Nicoline Snaas! Een doodnormale naam denkt u? Nou, dat mag u vinden, maar ik weet hoe het me vanaf dat moment zal vergaan. Iedereen en alles heeft het aan zijn snaas, snaast, of krijgt het aan zijn snaas; een collega gaat snaas naar huis? (Mexicaanse-snaas?); de lunch snaast me niet en de koffie is veel te snaas; buiten snaast het en het gaat steeds harder snasen en de komende tijd wordt nog veel meer snaas verwacht...

Beste collega's van me, willen jullie alstublieft een beetje opletten met wat je zoal rond snaast, er moet ook nog een beetje gesnaasd worden zo nu en dan!

Dank jullie wel.

ps, van een vriend leerde ik ooit dat, als een liedje in je hoofd maar blijft rondzingen, je er vanaf kunt komen door het betreffende liedje (opnieuw) helemaal tot het einde te beluisteren.
Dus lieve Nicoline, ik zal er bij zijn hoor, bij je concert, van het begin tot het allerlaatste einde. En luisteren zal ik, luisteren tot ik totaal uitgesnaasd ben.

Heb ik weer

God ver de godver de godver
Het is toch wat !
Er bevinden zich ongebruikte pictogrammen
Op mijn bureau-blad

chocolade Kim

Betty is bij haar Opa en Oma in huis. Het is er heerlijk rustig omdat, als Opa en Oma er zijn maken ze aan een stuk door ruzie. Maar ze zijn er niet. Dus!
Ze loopt de trappen op naar de zolder.
Betty’s opa was heel vroeger banketbakker. In de oorlog heeft hij ooit tientallen kilo's aan chocolade plakkaten neergelegd voor het geval dat. En dat geval is nu Betty die van al die chocolade een hutje voor het ronde kantelraampje aan de voorkant van de zolder heeft gemaakt.
Betty gaat in haar huisje zitten en kijkt naar beneden in de tuin. Ach, kijk! Daar is Kim, het buurmeisje waar Betty zo graag een vriendinnetje van wil worden. Tot nu toe heeft Kim aan haar smeekbeden geen gehoor gegeven maar Betty denkt maar weer eens aan wat de orgelman haar laatst toefluisterde toen ze bij de Hema een worst wilde kopen maar ze het geld daarvoor, toch nog vrij onverwacht, in het voortdurend rammelende centenbakje pal voor haar neus deponeerde.
Ze pakt haar potlood en scheurt een blaadje uit haar dagboek. Ze schrijft: ‘Lieve Kim ik weet dat je dit niet wil horen en daarom schrijf ik het maar op, wil je alsjeblieft mijn vriendinnetje zijn? Ik ben weer Betty het buurmeisje, en ik heb dan wel geen vriendinnetjes maar wel driehonderd kilo pure chocola. Als je ‘ja’ zegt mag je een hele hoek van mijn chocoladehuisje hebben.’
Betty vouwt het papiertje op en opent daarna het kantelraampje.
'Wacht, ik moet het briefje met iets verzwaren anders fladdert het straks maar wat door de buurt' bedenkt ze. Ze pakt een hamer en een beitel en slaat een flinke brok chocolade van haar huisje af. Met tape plakt ze het briefje en de chocolade aan elkaar en gaat weer naar het raampje. Ze knijpt een oog dicht, mikt en gooit het pakket naar het spelende meisje in de tuin beneden haar.
Ze kijkt het nog even na en doet dan snel het raampje weer dicht. ‘Zie je wel’, mompelt ze, ‘chocola ìs niet gezond!’.
Ze gaat weer zitten en besluit maar weer eens tot het schrijven van een briefje aan haar favoriete prins. Ze begint te schrijven:

‘Beste Alex, er is vandaag zo iets ergs gebeurd !’ …

aktie

Agent Pardoes krijgt een melding van hangjongeren binnen.
Hij schakelt terug en racet er van door.
Naast hem ligt zijn collega rustig te dutten.
Dat blijft dit verhaal zo dus daar hoeven we niet verder op te letten.

Bij de plek des onheils aangekomen ziet Pardoes direct wat hem te doen staat.
Hij draait zijn raampje open en roept naar een tweetal jongeren:
"Hee jij daar met dat petje waarvan het karton in de klep is beschadigd zodat er een zichtbare knik is ontstaan, en jij daar met die kniebeschermers waarvan de rechter met versleten elastiek: houden jullie eens onmiddellijk op met hangjongeren!"

En aldus geschiedde.

Stap voor stap

Vandaag koop ik een paar 2e hands lederen schoenen
En die ga ik boenen
Tot ze glimmen als weer nieuw

Daarna trek ik ze aan
En ga er hard op lopen
Ver ver hier vandaan

Ver van de lege spiegel
Waarvoor ik anders toch maar
Mijn tijd verkwist

Dag lieve vader
De groeten van je zoon
De narcist
Die zijn spiegelbeeld mist

Wolk van een gedicht

Slaap zacht
En wacht

Slaap en Wacht
Tot je kijken kan
Tot je luisteren kan
Tot dan
Slaap zacht

En geen zorgen
Iedereen heeft u lief

ps,
maar gelieve ook weer niet direct een grote scheur open te trekken!

Verschoning


Zo dat is fijn!

Beschuldig ik vanochtend
Met gewetenloos elan

Mijn spiegelbeeld ervan

Narcist te zijn!

Trouw

Nadat de prostituee vraagt aan haar klant:

'Wat ik nu niet begrijp van jou
Waarom je het hier doet (en niet bij je vrouw)'

Komt het antwoord verassend snel:

'Mijn vrouw begrijpt me wel!'

Terugblik

Vooruitdenkend besef ik ineens
Dat ik verkeer
In een voordurend verschuivend
Perspectief
Waar niets anders te doen valt
Dan mijn kortzichtigheid
Te nemen voor lief

Jesus On A Bike

Hangend onder aan een witte VN helikopter
Gezeten op een fietsje
Zie ik hem komen

Niemand begrijpt nog
Dat het eindelijk zover is
Maar ik wel

Ik pak gauw mijn fietspomp uit de schuur
Want als zijn banden zacht zijn
Zal ik hem op weg helpen
En ik maak dan direct een goede eerste indruk
En dat kan later goed van pas komen

Zoals alle goede eerste indrukken dat kunnen

Binding

Ik heb zojuist mijn vader
verwijderd uit mijn mob
want ook al zit hij
voor altijd in mijn kop
Hij neemt nooit meer op

Liefdesvuur

Als ik later groot ben
Word ik vakantie-liefde-brandweerman
Zodat ik de liefde lekker branden laten kan
Want ik ben op vakantie dan

van niemand vreemd

Moeder wuift haar zoon na, ze zwaait naar links, terwijl hij rechts in zijn auto stapt, zij merkt het niet, en hij is er aan gewend. Ze heeft een paar vlekjes op haar blouse, er staat een rits open en aan haar voeten zitten verschillende schoenen, links blauw, rechts geel. Werk voor de Thuiszorg.
Moeder scharrelt tevreden naar binnen en gaat voor het raam naar haar tuintje kijken. Haar grote liefde van de laatste jaren. De planten staan met hun bloemetjes in de grond, hun wortels wuiven zachtjes in de wind. Dan besluit ze niet op de Thuiszorg te wachten en vast koffie te gaan zetten, dat kan ze nog best. Ze pakt de theepot, vult 'm met afwasmiddel, op het nippertje denkt ze aan de 5 lepels koffiebonen, wát een geluk, ze zet de theepot in het fornuis en gaat voldaan zitten wachten.

copyright, Moeder van Japiooh

oude grapjas

Kijk, bij een van de eerste brandjes in de oudheid riepen de Bosjesmannen: "'t brand! ,'t brand! ,'t brand! "
Maar ja er kwam niemand en dus maakten ze het zelf maar zo'n beetje uit, zo goed en kwaad als het ging.
Na een tijdje stond de boel door dat gekloot natuurlijk weer in de hens en toen riepen ze: "verdorie 't brand- WEER!!! "
Nou en toen kwam er hulp, of hoe dan ook, toen kregen ze het vuur wèl uit, en bleef het uit ook.
Sindsdien riepen ze 'Brandweer !!!' als er brand was.
En daarom doen wij dat ook nog steeds.
Of we bellen.

Zo zit het ongeveer ook met mooi en lelijk weer trouwens.

Wikimania

Lang geleden werkte ik een blauwe maandag op een kantoor. Ik was net achttien en juist van school gestuurd vanwege een gebrek aan leerprestaties en dansen op de tafels.
Het kantoor deed de administratie van de 'Utrechtse Banden Onderneming' - ik zeg 'deed' want gelukkig is die stinkende teringfabriek al gauw failliet gegaan na mijn vertrek.
Ik was aangenomen op de, destijds supermoderne, afdeling automatisering als leerling-operator.
Mijn werk bestond uit het in grote trommels stoppen van geheugenschijven en het daarna ergens op een console iets intypen. Vervolgens kwam dan meestal de programmeur kijken wat er aan het misgaan was.
Ook moest ik ponskaarten in een machine stoppen om ze te laten ‘inlezen’. Als ik zo een bak liet vallen en daarna de kaarten niet in dezelfde volgorde terug stopte kwam deze programmeur daarna voortdurend kijken wat er allemaal misging. Hij was zo aardig om nooit iets onaardigs tegen mij te zeggen. Wel bekeek hij me met een steeds verbaasder blik.
Als er weer eens iets fout was gegaan nam ik dikwijls een pauze, ik kon toch niets meer doen en was de rest dan maar tot last. Ik verwijderde me uit de computerruimte om in de aangrenzende kantoorzaal wat te gaan praten met deze of gene.
Éen man, die iets met bonnetjes deed, zat nooit om een praatje verlegen. Hij had op zijn bureau altijd een encyclopedisch boek open liggen waarin hij alle pauzes zat te lezen. Ging je bij hem in de buurt zitten dan volgde er na enige tijd steevast  een verbaasde zucht waarop hij iets vroeg als: ‘wist jij dat de hoorn van de neushoorn bestaat uit hetzelfde materiaal als onze nagels en haren ?’, of: ‘wist jij dat, als de zon is opgebrand, het nog een biljoen jaar duurt voordat hij helemaal is afgekoeld?’.
Ik wist dat, tot grote tevredenheid van de man, natuurlijk allemaal nooit. Wel viel me op dat de man dan weer wat weg had van een neushoorn en dan weer van een uitgebluste, maar nog lang niet afgekoelde zon.
Op een dag verscheen hij niet meer op kantoor. Later hoorden we dat hij een einde aan zijn leven had gemaakt door, met een stuk elektriciteitsdraad om zijn nek vast aan een balk, van een stapel encyclopedieën te springen, en dat in zijn afscheidsbrief, gevonden op de keukentafel, het volgende was te lezen:
Wisten jullie dat:
Zelfmoord een niet te verwaarlozen doodsoorzaak in de overlijdensstatistiek is. In Nederland plegen gemiddeld 1600 mensen per jaar zelfmoord, dat zijn er ongeveer twee maal zoveel als er slachtoffers vallen in het verkeer. Elk jaar voelen ruim 400.000 mensen zich in Nederland zo wanhopig dat zij zelfmoord overwegen; bijna een kwart onderneemt daarvan ook daadwerkelijk een poging.

Herman

het is er al een eeuwigheid
de liefde voor je kind
gooi mij maar liever
in een ton met spijkers
dan dat men hém
of haar
de haren krengt

ook al heeft hij of zij
een vreemde wipneus
of vroegtijdig slechte adem
liever een verdwaalde kogel
dwars door mijn oog
dan het donkerblauw
wat zijn onheilstijding brengt

The Origin Of Sports

Het was ergens eind mei in het jaar 2007. Ik was in het stads-park in onze buurt bezig met het uitproberen van een nieuwe golfclub. Een voorjaarszon weerkaatste op de golfballen en er was weinig wind. Er was een trimster die vlijtig haar rondjes draaide, een man die wat heen en weer drentelde voor een rijtje woningen aan de parkzoom en ik dus, met mijn ballen en mijn nieuwe golfclub. De club en ik deden het overigens prima: bal na bal vloog na impact door de lucht om daarna een eind verder met een plof weer terug op het gras te vallen.
Na enige tijd kwamen er een jongen, een meisje en hun hond het park in. Het meisje was niet al te groot en zag er wat armoedig uit, de jongen was fors en kaalgeschoren, de hond een Pitbull en niet aangelijnd. Ze kwamen vrij dicht langs gelopen, de hond keek sullig en onverschillig voor zich uit, toch merkte ik dat ik de golfclub iets steviger had vastgepakt terwijl hij passeerde. De jongen fluisterde wat tegen het meisje waarop ze begon te giechelen. En weer omknelde ik de golfclub onwillekeurig wat steviger. Nadat ze een kleine twintig meter waren voorbijgegaan gaf de jongen een korte instructie aan de hond waarop deze een fractie van een seconde verstarde om zich vervolgens snel in mijn richting te draaien. Met zijn korte gedrongen gestalte kwam hij daarna mijn kant op gespurt, de kop laag bij de grond en met de blik strak op mij gericht.
De blik in zijn ogen zal ik nooit meer vergeten.
Toen de hond nog zo een 10 meter van mij was verwijderd fixeerde ik mijn blik op de bolvormige spiermassa van zijn linkerkaak. Ik haalde diep adem door mijn neus en blies deze weer uit door de mond. Een weldadig ontspannen gevoel daalde vanaf mijn schouders tot in mijn benen. Nog slechts een clublengte had de hond te gaan toen hij, door mijn met grote snelheid rondvliegend clubhoofd, vol op zijn kaak getroffen werd. Er klonk een klap, de hond vloog om zijn eigen as wentelend door de lucht en kwam vlak voor de voeten van de jongen en het meisje,in het gras terecht. Met iets meer topspin was hij waarschijnlijk precies tussen de jongen en het meisje gekomen maar voor iemand als ik, met net twee dagen zijn golfvaardigheidsbewijs, was het een heel goede slag.
De hond bleef roerloos liggen. De jongen pakte de hondenriem, lijnde de hond aan en samen met het meisje vluchtte hij, de hond achter zich aanslepend, het park uit. Ze hadden zo een haast dat ze niet in de gaten hadden dat de hond, blijkbaar alweer bij zijn positieven inmiddels, pogingen deed om weer op zijn poten terecht te komen, wat hem door de hoge snelheid waarmee hij werd voortgetrokken overigens niet lukte. En zo verdwenen de jongen en het meisje met hun in de luchttrappelende hond uit mijn zicht en uit mijn leven.

plezierjacht

We liggen met een stoet boten en bootjes in een of andere Friese sloot te wachten op een brug die maar niet open wil gaan.
Het is snikheet en het onderdrukken van al het ongeduld doet de gevoelstemperatuur nog verder oplopen.
Na een eeuwigheid komt er dan toch een brugwachter tevoorschijn en gaat de brug omhoog.
Onze kant van de brug moet wachten totdat eerst de andere kant is gepasseerd.
Plotseling komt er met vrij grote snelheid een van achter ons opduikend bootje langs dat onder het vaste deel links van de openstaande brug wil door gaan.
De schipper kijkt, staande in zijn stuurhutje, met een geconcentreerde blik strak voor zich uit. Op het voordekje zit zijn vrouw triomfantelijk te grijnzen: 'zij kennen het hier, zullen wel eens laten zien hoe fijn het klein bootje zijn is'.

Het is maar een klein golfje, een golfje afkomstig van een van de tegenliggers, waardoor het scheepje, terwijl het zich onder de brugdeksel bevindt, een tien, twintig centimeter omhoog gedrukt wordt. Daardoor komt het met zijn dak tegen het beton van de brug. Direct klinkt er een luid gekraak en gerinkel van brekend glas en weg is de stuurhut van het bootje.
Het vaart echter dapper door en ook de schipper doet alsof deze manier van passeren de normaalste zaak van de wereld was en blijft strak voor zich uitkijken.
Het triomfantelijk lachen van de vrouw op het voordek is echter overgegaan in een schaterlach die van geen ophouden meer lijkt te weten.

De volgende dag zien we het bootje weer, keurig afgemeerd aan een weiland.
Het stuurhutje is tot onze verbazing met lap, plak en pleistermiddelen weer overeind gewerkt.
Er is verder niemand te zien en het lachen is verstomd.

schrik

Aan: hoofd basisschool Het 'Krijgertje'
Betreft: schoolreis groep 4

Geachte heer/mevrouw,
Omdat wij het als onze plicht beschouwen onze kleine Johannes zo veilig en beschermd mogelijk op te voeden hebben wij tot nu toe Johan niet laten meegaan met de schoolreisjes. Na lang aandringen echter, van onze alsmaar groter wordende jongen, lieten we hem dit jaar toch maar wel meegaan.

U begrijpt dat het een lange dag is geworden vol van angst en spanning en wat waren we blij dat het eindelijk vier uur was geworden en we de bus konden gaan verwachtten waarmee hij weer zou terugkeren.
Pas om half 5 verscheen de bus dan eindelijk maar tot onze zeer grote schrik en ontsteltenis was de bus die uiteindelijk verscheen helemaal leeg. Alleen een ernstig kijkende chauffeur was zichtbaar. Mijn vrouw geraakte in een toestand gelijk aan een toeval nabij en ik had zoveel moeite met mijzelf onder controle te krijgen dat het me nauwelijks lukte het alarmnummer te draaien op mijn mobiele- telefoon. Maar daarin slaagde ik na enige tijd dan toch. En net terwijl ik aan de dienstdoende telefoniste mijn noodkreet aan het uiten was verschenen daar plotseling de lachende gezichten van de kinderen, Johannes incluis, en hun begeleiders !!!
Hierbij deel ik u mede dat ik en mijn vrouw zeer ontdaan zijn over de handelswijze van de begeleiders van groep 4. Dit zijn flauwe gevaarlijke grappen waar wij niet van zijn gediend!

prof.dr.ir. P. Koenhorst van der Velden.

tot stof

Al op zijn 7e had de kleine Johannes een machine ontworpen waarmee hij verzameld stof kon rangschikken naar de fysieke samenhang van waaruit het was voortgekomen. 
Met behulp van een oude stofzuiger, een computer, zelf gemaakte software en wat door hem aan elkaar gesoldeerde elektronica, dacht hij zulks te hebben verwezenlijkt.
Na het testen en bijstellen, wat enkele weken in beslag had genomen, was daar de dag waarop het eerste tastbare resultaat van de apparatuur verwacht mocht worden.
Er volgde een paar uur zoemen en trillen na het inschakelen maar uiteindelijk sprongen alle lampen op groen en werd het stil.
Vol van verwachting opende Johannes het luik van het productiehok:
verbaasd (maar vooral teleurgesteld) staarde hij naar de lege stalen tafel waarop hij het resultaat had verwacht te zien. 
Toen hij naar de tafel toeliep zag hij dat er slechts een wit velletje papier op lag met wat tekst.
Hij begon te lezen:

‘Al op zijn 7e had de kleine Johannes een machine ontworpen ......’

numero uno

bedenk ik net iets geks

Jezus was de eerste mens

met een Jezus complex

alles tegelijk

ik ben de Zon
en de sterren
en het stof

waaruit ze zijn ontstaan

ik ben de wolken
en de wind
en alles wat ze bindt
ik ben de sterren
en de maan

de hypomaan
wel te verstaan

rammelaar

laat het nu maar los jongen

straks grijpt het jou nog jongen

en dan ben je de klos jongen

laat het dus nu maar los


en niet huilen

Blogarchief