Een vreeeeemde fiets

Knijtje was een jongetje dat altijd verliefd werd op de verkeerde meisjes. Nou ja eigenlijk was dat niet zo maar anders. Knijtje had maar één manier om zijn liefde te betuigen. Voor alle andere was hij te verlegen.Hij deed het zo: als hij verliefd was geworden versierde hij de fiets van het onderwerp van zijn verliefdheid met veel liefde en toewijding en verf en bloemen en lieve kleine pluchen hondjes die dan weer heel grappige hoofddoekjes op hadden enzovoort.

Hij had dus een eigenaardig romantische inslag die jongen, verder niks mee mis mee, ware het niet dat Knijtje nóg een, in een fietsland als Nederland lastige, eigenaardigheid kende, hij kon geen fiets- kenmerken koppelen aan de eigenaar of eigenaresse ervan. De eerste keer bijvoorbeeld dat hij op zijn nieuwe fiets naar school was gegaan, vrolijk nagewuifd door zijn moeder, kwam hij die middag thuis met de bakfiets van de melkman.

Zijn moeder vond dat vergissen menselijk was en dat het niet kunnen herkennen van de fiets in combinatie met de eigenaar iets was wat op latere leeftijd wel zou overgegaan.
Een beetje zorgen maakte ze zich wel want had wijlen haar eigen man niet iets soortgelijks gehad? Weliswaar meer met vrouwen zelf en niet met hun fietsen, maar toch? (“Excuseer me” was zijn verweer dan als hij met zo een door hem versierde vrouw door zijn eigen vrouw betrapt werd: “ik wist niet dat jij het niet was”. )

Volgens de dokter, waarbij Knijtjes moeder te rade was gegaan, was hier weinig aan te doen en kwam het bij veel mannen voor, hij zelf had er ook wel eens last van had hij haar giechelend bekend terwijl hij haar daarbij een kneepje in de linkerwang had gegeven.

Vooral dat laatste had de moeder van Knijtje gerustgesteld.

Hoe dan ook, bij Knijtje ging het helemaal niet over allemaal, maar na verloop van tijd raakte men er in het dorp wel aan gewend.
Vond men zijn of haar fiets even niet, dan vond men dat 'lopen gezond was', liep naar het huisje van Knijtjes moeder en haalde zijn of haar fiets daar dan weer op.
Ook wist na enige tijd het hele dorp dat als men bijvoorbeeld de dominee van het dorp met een prachtig rood gelakte fiets zag rondrijden, versierd met bloemen en feestelijke franjes en pluchen hondjes met hoofddoekjes, dat Knijtje weer ‘op iemand was’.

Het moge duidelijk zijn dat Knijtjes versierpogingen niet naar enig voor hem wenselijk resultaat kònden leiden. Terwijl zo langzamerhand zowat het hele dorp op een prachtige felrode, kanariegele, of hemelblauwe fiets rondreed, versierd met bloemen hondjes ja nou weten we het wel enzovoort, woonde Knijtje, die inmiddels een flinke Knijt was geworden, nog steeds alleen met zijn moeder.

Toen Knijtje veertig zou gaan worden wilde zijn moeder hem een moderne computer kado geven met Wifi en Internet en Datingsites enzo. Dat vond zij een plan met vooruitziende blik.

Maar op de dag zelf ging het mis. Knijtje kwam vrolijk naar de woonkamer gelopen waar zijn moeder al voor hem stond te zingen. Hij  zag  zijn kado en bleef daarop direct stokstijf staan. Zijn ogen werden groot en zijn hoofd werd helemaal rood en toen nog roder.

Zijn moeder had het wel een leuk idee gevonden om de nieuwe computer te versieren met allerlei feestelijke franjes en pluchen hondjes met hoofddoekjes enzovoort.

Tsja, en zoiets moet je dus niet doen hè. Niet bij Knijtje in ieder geval. En helemaal niet als je 'Knijtjes moeder' heet.

Dat snappen jullie nu toch wel. Of heb ik het weer niet goed uitgelegd allemaal?

Hemeltjelief

toen jij stierf
mijn allerbeste
aller aller liefste
vriend

geloofde ik nog niet
dat als er iemand dood gaat
je hem dan helemaal nooit meer
neen, echt helemaal nooit meer
ziet

maar nu weet ik
na zoveel jaren
zo langzamerhand
dat elk geloof
de vader heeft
die het verdient

Het moet niet Toller worden

In 1989 raakte ik, tijdens een vakantie in de Spaanse Pyreneen, na een nacht van angst en dolheid in een soort psychose.
Het is een bekend verschijnsel in de psychiatrie. Zelfs onze Lieve Heer had, volgens sommigen, een zoon die er last van had. Het komt dus in de beste families voor.
De zwitserse psycholoog en psychiater Carl Gustav Jung heeft er veel over geschreven en ik heb daar later, door te doen alsof ik begreep waar hij het over had, veel aan gehad.
Jung's theorie is in het kort dat, door uitval, ineenstorting van het ego dit overspoeld kan worden door de inhouden van het zogenaamde collectief-onbewuste. Het collectief-onbewuste -het zelf van alle mensen die leven en geleefd hebben - neemt dan (in mijn geval tijdelijk) het individuele (en in mijn geval niet ontwikkelde) zelf over. Aldus fungerend als de automatische piloot in een stuurloos geworden leven.
Ik kom hierop omdat ik me even interesseerde in een zekere Eckhart Tolle die – heel veel – boeken schrijft over zelfontplooiing. Zijn thematiek is gebaseerd zo zegt hij zelf, op de volgende persoonlijke geschiedenis:
Uit:
http://nl.odemagazine.com/doc/0068/Tijd-voor-nu-Een-gesprek-met-Eckhart-Tolle/

De man in het bed is panisch van angst. Voor de zoveelste keer wordt hij midden in de nacht wakker met die ene, zich steeds herhalende gedachte: ‘Ik kan niet meer met mijzelf leven. Al jaren wordt hij heen en weer geslingerd tussen ondragelijke spanningen en zelfmoordneigingen. Hij is nog geen dertig, maar de wereld is voor hem nu al een kille, vijandige plek waar hij zo snel mogelijk vandaan wil. Het liefst wil hij oplossen, voorgoed verdwijnen. Deze nacht is de pijn nog heviger dan anders. ‘Ik kan niet langer met mijzelf leven, ik kan niet meer met mijzelf leven, bonkt het in zijn hoofd. Dan gebeurt er iets vreemds. Plotseling komt er een andere gedachte in hem op: als ik niet met mijzelf kan leven, dan moeten er twee ‘ikken zijn: de ‘ik en het ‘zelf waarmee ‘ik niet kan leven. ‘Misschien , denkt hij, is slechts één van hen echt.
Die gedachte maakt zoveel indruk, dat hij even helemaal niet meer kan denken. Zijn geest wordt – voor het eerst van zijn leven volkomen stil. Maar net als hij opgelucht wil ademhalen, verandert de stilte in een draaikolk die hem dreigt mee te zuigen. De angst die hij nu voelt, is zo mogelijk nog groter dan enkele minuten geleden. Hij vreest zichzelf te verliezen en klampt zich terwijl zijn lichaam oncontroleerbaar begint te trillen wanhopig vast aan wie hij denkt te zijn: hij is Eckhart Tolle, wetenschappelijk medewerker aan de universiteit van Cambridge, hij is Duitser, hij is een man, een mens, een... maar het is al te laat. De draaikolk neemt hem mee naar onpeilbare diepten en alles wat hij kan doen, is zich laten vallen.

Eckhart Tolle kan zich niet meer herinneren wat er daarna is gebeurd, maar als hij bijkomt, is hij een ander mens. Ook de wereld om hem heen lijkt veranderd. Het zonlicht dat door de gordijnen valt, is zo mooi, dat hij er tranen van in zijn ogen krijgt. De rest van de dag loopt hij in opperste verbazing door de stad diep onder de indruk van de schoonheid van het leven. Alsof hij opnieuw is geboren.


Tot zover Tolle.

Wat mij opvalt is dat Tolle daarna die staat van overheersing van het zelf door het collectief-onbewuste, propagandeert als de enige juiste staat van bewust-zijn.
Gek word je ervan.
Het beroerde is dat dat niet kan, we zijn het (evolutionaire) stadium voorbij dat we kunnen (blijven) leven met zo een collectieve overheersing van ons zelf.
Vroeg of laat zal het individuele zich herstellen, meer en meer van zich gaan laten horen en van zich gaan laten zien.
Het zal efficiënter opereren dan voorheen, maar dat is alles.
En dat is meer dan genoeg.



Rustig

Het begon eigenlijk met de vakantieplannen van een zekere Margriet. Of eigenlijk daarvoor, met de plannen van haar vriend om een gesponsorde reis door Afrika te gaan maken met collega's. Margriet die iets had van 'jij wat leuks, ik wat leuks!' besloot tot een vakantie in Stockholm om aldaar een oude vriendschap nieuw leven in te gaan blazen.
Acht leden van de zangvereniging van deze Margriet, besloten toen zij dit hoorden, een zangconcours in New York te gaan bijwonen.
De levensgezellen van deze zingende vrouwen wilden ook niet achterblijven en besloten vanaf hun werk op sabbatical te gaan.
De collega's van déze groep bedachten zich ook niet lang en besloten hun sluimerende burn-out's nieuw leven in te blazen en waren dientengevolge eveneens plotsklaps met de Noorderzon vertrokken.
Vervolgens gingen bijna alle leden van de sportverenigingen waar ze zich bij hadden aangesloten op hùn beurt hun vrouw en kinderen, al of niet tijdelijk, vaarwel wensen, waarop deze groep ….

Goed, ik vind het best allemaal maar ik wil nù, voor het te laat is, wel alvast graag weten bij wie ik straks nog terecht kan met mijn Airmiles.

eMKÉLAL 2010

Beste mensen,




de nummer-1,
mevrouw Achaam Olafsun.



Voordat ik u de uitslag meedeel van de Marc-Klein-Essink-Look-A-Like-Dag 2010 eerst het volgende:
Wilt u volgend jaar alstublíeft op tijd, en correct ingevuld, uw deelname-formulier voor de jaarlijkse Marc-Klein-Essink-Look-A-Like-Dag inzenden?
Helaas moesten wij ook dit jaar weer diverse kandidaten teleurstellen omdat zij dit niet hadden gedaan.
Bijzonder triest bijvoorbeeld dit jaar was het geval van de 87 jarige Getrude Klepstra die was vergeten een pasfoto bij te sluiten die aan de eisen voldeed. Iedereen die haar zag op de MKÉLAL-dag zelf was het over eens: een kanshebster, zonder meer. Vooral de speciaal aangebrachte tatoeage op haar linkerdijbeen en de neus- piercings zorgden voor een oogverblindende gelijkenis.
Ook heel jammer was het voor de familie Willemsen die met hun Marcje helemaal voor niets uit het verre Maastricht waren gekomen. En hij hàd nog wel zó zijn best gedaan op zijn trapeze-act. Maar ja mensen, regels zijn regels. Volgende keer dus wel de juiste geboortedatum vermelden a.u.b.

En dan nu de uitslag:

1:Mevrouw Achaam Olafsun uit Andel, Brabant-> 9.83 punten,
de jury was het er unaniem over eens dat onder haar Burka een treffende gelijkenis verscholen moest gaan.

2:Wildfried Ruiter uit Grou, Friesland-> 8.51,
De jury heeft lang gedebatteerd over de nummers 2 en 3.
Wilfrieds vaardigheid in het kunnen laten rollen van de biceps onder het zingen van het Westfriese Volkslied zorgde echter voor het benodigde extra een-honderste punt.

3:Frans van den Bedem uit Houten, Utrecht -> 8.50
Zijn tabaks-pruim-act was ook dit jaar weer weergaloos, jammer jammer dat hij tijdens het jongleren met de kettingpons een schakeltje liet vallen.
Volgend jaar meer geluk Frans, eens moet het toch lukken!

Beste mensen, vrienden en vriendinnen, het was weer een prachtige dag,
bedankt en tot de volgende keer.

MarcKE.

Sport Dag

Niet het plotseling loshangend haar van Eline
Noch de blik van de de ineens weer 12 jarige Margriet
Maakt mijn dag
Maar de lieve conducteur in de trein
Die op zijn alleraardigst zegt
Dat ik met mijn foute kaartje
Wat hem betreft
Tot het einde van de wereld reizen mag

Brazilië

Een-nul voor Brazilië!
Rustig leg ik nog eens aan mijn zonen uit dat voetbal een ritueel is waarbij nu eenmaal de beste hóort te winnen. En ook leg ik nog eens uit dat deze tegenstander - Brazilië, de nummer een van de wereld is.
De jongste, Niek, is zo teleurgesteld door de achterstand én door mijn theorie dat hij niet verder wil kijken. Zijn moeder dwingt hem min of meer om dit toch maar te doen want,’je weet maar nooit’. De oudere zoon, Wes, vindt het maar een domme doemdenkers theorie. Ik schud mijn hoofd over zoveel gebrek aan historisch-besef èn gebrek aan voetbalkennis.
Met (afgedwongen) geluk wordt het plotseling weer gelijk. Moeder is blij en de zonen juichen hard.
Ik kijk peinzend toe. Verdomd! flitst het door mij heen, ‘waren ze de eerste 5 minuten eigenlijk niet even goed en zelfs iets beter en werden ze door een dekkingsfout niet iets tè genadeloos afgestraft?, en ook: 'alles is weer helemaal open!.
Mentaal had ik me al naar een 3-0 achterstand gedoem- dacht en deze 1-1 gooit mijn hele psychisch-weerbaarheidsplan in de war. Ik haal echter diep adem en herhaal mijn theorieën nog maar eens rustig. Dit keer met de toevoeging dat geluk geen factor mag zijn bij de ‘bepaling van de symbolische rangorde van staten in vredestijd’ die een WK- voetbal is.
Gelukkig luistert nu helemaal niemand meer naar mij.
Het wordt twee-een voor Nederland.
Ik blijf rustig zitten maar het teleurgestelde voetbalkind-in mij (WK'74 generatie) springt op en roept ‘hoera, hoera, hoera!’ en meer dingen die iemand roept als hij plotseling heel erg blij is geworden.
Snel probeer ik dit kind weer rustig te krijgen maar het is niet meer te houden: ‘de klok, niet naar de klok kijken’ siddert het, en ook: ‘Ik moet heel erg plassen maar dat mag niet want ik moest ook al plassen toen NL op voorsprong kwam, dus, vasthouden dat gevoel’.
Nederland voetbalt verder, levert weer dat beeld van standvastigheid, lastig te doorbreken weerstand en constante dreiging van de eerdere wedstrijden van dit WK. Een gefrustreerde Braziliaans speler helpt verder een handje door op het dijbeen van een Nederlandse speler te gaan staan. Omdat dit niet mag moet hij van de scheidsrechter iets anders gaan doen.
Nederland wordt steeds beter en ik ben helemaal de kluts kwijt, raas en tier er als een geval van Gilles de la Tourette op los. Aan het eind van de wedstrijd mist Nederland nog een niet te missen kans. Ik stuiter gillend van zenuwen door de kamer:
‘GODVERDOMME SCHIET HEM ER DAN IN STELLETJE KLOOTZAKKEN, KLOTE KUYT !!! ’
Hierop besluit mijn vrouw de scheidsrechter na te doen en, in overleg met haar twee zonen, mij de kamer uit te sturen.
Huilend van geluk hoor ik daarna op mijn kamertje het gejuich in de buurt losbarsten. Nederland wint! Ik bijt echter keihard in mijn kussen zodat niemand mij meer kan horen. Zodoende hoop ik dat, als ik me vanaf nu weer normaal gedraag, ik er tijdens de finale misschien wel weer bij mag zijn.

Fiets hem er in

Sommige mensen zijn goed in hardop lezen in bed
Andere zijn goed in bed zonder meer
(vermits zij de kans krijgen om dit waar te maken natuurlijk)

Weer andere kennen meer dan 100 vliegtuig-merken uit hun hoofd
En kunnen daar nog leuk over vertellen bovendien

En weer andere - al kunnen het theoretisch natuurlijk wel dezelfde zijn,
maar die kans is klein schat ik -
zijn goed in het ramen lappen met een zeem en een spons

Maar let op,
en nu komt het,
daar gaan we dan,

Maar niemand is zo goed,

neen neen werkelijk niemand
is zo goed,
als ons Franske is,

als die Franske is van ons,

met zijn superbe
zijn werkelijk superbe
kettingpons

Nou wil ik het weten ook

Lees ik net 'Amy Winehouse wil kinderen...'

Ja denk ik dan, wàt wil ze nou:
kinderen een lesje leren;
kinderen waarschuwen voor mannen die snoep aanbieden;
kinderen duidelijk maken hoe je een platte knoop maakt ???

Kom op Amy, niet met een been in die kast blijven hangen.
Gooi het eruit !
Total body -commitment nu svp en vlug een beetje.

Ik ben namelijk wel degelijk razend nieuwsgierig wat jij, Amy Winehouse, met kinderen wil.

Ik geef me over

Deze lente is er een
Teveel
Voor een man alleen

Mag ik
daarom jou
voor deze ene keer

Voor altijd om me heen

Harp

Vanochtend zag ik een meisje lopen met een grote harp. Die harp droeg ze in een draagtas met schouderband. Mijn zus had vroeger ook een harp. Dat was niet het probleem. Het probleem was dat ze te pas en te onpas op deze harp begon te spelen. Nu kom ik een zeer groot gezin en weet ik daardoor dat binnen zulke gezinnen van alles moet worden gedaan om de aandacht te krijgen. Maar de zus met de harp overdreef.
En, had ze nou een juiste snaar weten te raken, bij deze of gene dan was het nog tot daar aan toe geweest, maar ze kon op het ding nog geen drie normale noten achter elkaar spelen.
Ik herinner me nog goed de uitreiking van mijn zwemdiploma-A. Op de tribune zat een dozijn broertjes en zusjes, ooms en tantes en natuurlijk mijn vader. Bibberend van de kou, maar inwendig gloeiend van trots, stond ik op het moment te wachten dat de doos met diploma's en medailles bij mij gearriveerd zou zijn. Vlak voor het moment dat de aandacht op mij en mij alleen gericht zou zijn klonk er geroezemoes vanaf de tribune. Ik keek in dezelfde richting van waarin het publiek keek en ja! hoor!, daar op het plateau van de hoge duikplank zat zus- lief weer met haar harp.
Ze was net klaar met doen alsof ze het instrument aan het stemmen was geweest, wendde een moment van inspiratie voor en begon toen in het wilde weg wat te tokkelen.
Mijn vader probeerde nog met opgetrokken schouders en druk gebarend de badmeester duidelijk te maken dat er niets bijzonders aan de hand was, maar deze was al volledig in beslag genomen door mijn zus met haar harp. Toen zij vervolgens, tijdens haar zogenaamde 'wilde slotakkoord', met harp en al van het platform schoof en in het water donderde, doken alle badmeesters er ogenblikkelijk bovenop. Lelijk was ze niet.
Ik kon daarop nog net mijn diploma van de stapel grissen en uit de kluwen op de grond liggende medailles een exemplaar los peuteren voordat ik me uit de voeten maakte. Later in de kleedkamer, met het tumult nog hoorbaar op de achtergrond, zag ik dat ik abusievelijk het diploma van ene Anton Goudsmid had gepakt.
Zo ongeveer ging het ook met de diploma's B-C en D (sorry Anton).
Ook herinner ik me een concert van David- Bowie in de Ahoy waar we, op uitnodiging van een zekere tante Bep, met de complete familie mochten aanzitten. Voor het publiek moet dat een verwarrende vertoning zijn geweest met die plotseling verschenen tokkelaar daar achter op het podium. Het spektakel, toen ze haar de harp afnamen en vervolgens wilde afvoeren, moet bij velen in het geheugen staan gegrift. Waar ze toen zo snel nog die mondharp vandaan haalde is me trouwens nog steeds een raadsel.
Enfin, daar moest ik dus ineens aan denken toen ik daar dat meisje zag lopen bij de sluis.
Maar het kan ook iets heel anders zijn geweest hoor, bijvoorbeeld een opvouwbare hondenmand.
En ook kan het heel anders gegaan zijn vroeger.
Het geheugen is namelijk een vreemde snuiter, zeker als het gaat over de eigen jeugd.

op=op

Hoe meer mensen
er gelijk hebben
Hoe minder er zijn
die het nog
kunnen krijgen

En ze heet Margriet

Zoals het haar de hele winter al vergaat:
weer is ze gevallen
En alweer ligt ze op de straat

Ze denkt: genoeg is genoeg en stop is stop
dit keer blijf ik mooi liggen ook
en sta ik derhalve niet meer op
Iemand moet me maar komen halen, of maar niet
Mij is het nochtans om het even,
net zo lief lig ik hier namelijk
de rest van mijn leven

Een Winterkoninkje ziet haar
en fluit iets van een lied

Het meisje hoort hem wel
En voelt wat hij ermee bedoelt
Maar begrijpen doet ze hem niet

Laat maar lopen

Er rende ergens ooit
een meisje door een park
Ze draafde maar
En draafde maar
Almaar in het rond

Misschien dat ze het deed
Omdat die aardige leraar ooit tegen haar zei:
'Jee wat kan jij hard lopen'
en dat het haar zo goed stond

Maar misschien was het ook
Omdat men niet lang daarvoor
Haar vader verdronken
In de IJssel vond

de omloop

Waarom Jozef geen baanrenner is geworden maar taxichauffeur?
Ach, het kan raar lopen in deze wereld, laten we het daar op houden. Voor nu is het genoeg om te weten dat hij weer op zijn vaste stek achter het station stond, wachtend op een vrachtje.
Op het moment dat de zon tevoorschijn schoof en Jozef dit schouwspel met geknepen ogen gade sloeg, kwam er iemand vanuit het ontstane tegenlicht in de richting van de standplaats gelopen. Met zijn rechterarm trok hij een koffer op wieltjes achter zich aan. Naarmate de man dichterbij kwam en het geknars van de wieltjes luider en luider klonk werd het Jozef duidelijk waar hij mee te maken zou krijgen. Hij keek nog eens goed en ja hoor, de man met de koffer, Jozef wist het nu zeker, was een grote en gezonde neger.
En nu rustig blijven, dacht Jozef, zoiets gebeurt je hooguit éen keer in je leven, verpest het nu niet. Al zijn sombere gedachten, die hij juist daarvoor nog had gehad, waren als sneeuw voor de zon verdwenen. Weg het verdriet om zijn misgelopen baanrenners carrière, vergeten zijn vader en zijn gedram richting het taxi-bestaan. ('Jozef, jongen', placht deze vroeger te pas en te onpas te zeggen, 'baanrenners draaien maar als dol in het rond, terwijl de taxi-man, die gaat van A - bijvoorbeeld Amsterdam - tot Z - bijvoorbeeld Zwolle. Díe komt dus nog eens ergens en weer terug bovendien.') Verdampt ook de wrok over het vertrek, precies een maand geleden, van zijn vriendin met die tweederangs veldrijder uit Portugal. Dit hier en nu, en niets anders dan dat, voelde Jozef, was het moment dat al zijn levenslijnen in een fantastisch moment en op een en dezelfde plaats, tezamen gingen komen.
Maar, zoals zo vaak, liep het allemaal anders:
'Jongeman', klonk het plotseling vanachter Jozef, 'kun je me even helpen, ik heb nogal haast'. Achter Jozef stond een oude krasse dame. En hoe Jozef het ook wendde of keren wilde, er was geen houden aan. De dame beweerde dat ze er als eerste had gestaan en dat Jozef moest opschieten bovendien, anders zou ze de Elle-design-beurs grotendeels mis lopen.
Er zat niets anders op dan haar naar haar design-beurs te rijden. En dat heeft Jozef toen gedaan.
Want als het iets is waar Jozef niet tegen kan dan is het ruzie.

Vakmannetje (waar gebeurd)

De Meern, renovatie-bouwplaats.
Twee bouwvakkers, 1 boven op steiger (Joop1), ander beneden (Joop2)

Joop1: JOOP!
Joop2: JA!

Joop1: JE BENT VERGETEN HET HIER WATERPAS TE ZETTEN !
Joop2: WATTUH !

Joop1: JE BENT VERGETEN HET HIERO WATERPAS TE ZETTEN !!!
Joop2: ... HET WATER-WÁT-TE-ZETTEN ???

Slik

Iedereen kan van alles
Behalve ik

Met van alles bedoel ik o.a.
- een raket laten landen op de maan
- op zijn voordeligst op een foto komen te staan
- voor het dronken worden naar huis toe gaan
- halfvolle yoghurt maken met banaan

En nog veel meer
De complete santekraam
De totale mikmak
De hele zwik

Dat is denk ik dan
Zo ongeveer
Wat iedereen kan

Behalve ik

zelfbeeld

er was eens een meisje
met een flabber-mond
tenminste
dat is wat ze er zelf van vond
van die mond

maar
alle jongens van leden goed
en kerngezond
die keken naar haar
en naar haar mond
en floten naar haar
de lippen strak
en kogelrond
....
maar wacht
daarom is het natuurlijk
dat zij altijd dacht

kijk
díe jongen
dìe heeft nu een mooie mond
terwijl die van mij
die flabbert maar wat in het rond

wat is een zelfbeeld 
toch raar

klipenklaar

boertje Boerham
nam een boterham
met een t
die was zo heet
dat hij hem proestend
in zijn kieltje smeet
en dat is krek waarom
boertje Boerham nu
boertje Boterham heet

Van het concert des levens krijgt iedereen nog eens een rolberoerte!

Een vrouwelijk collega komt verontwaardigd van de wc en roept uit: 'gadver! dat vind ik nu zo vies: poepstrepen!'
Ojee denk en weet ik dan direct, die poepstrepen raak ik vandaag niet meer kwijt. En ja hoor, overal gaan mensen die dag op hun poepstrepen staan; de ondernemingsraad haalt een vette poepstreep door de plannen van het management (dat is een lelijke poepstreep door hun rekening!); een vrouwelijk collega heeft momenteel duidelijk een poepstreepje voor bij onze directeur, en ga zo maar door.
Ja hoor ik u duidelijk denken: liever niet, ik sluit de boel liever af, doe de voordeur op het nachtslot en morgen zien we wel weer. Maar zo simpel is het niet. Krijg ik kort daarop van een andere collega een kaartje voor een concert onder leiding van ene, jawel en ik wil heus niet lollig doen: Nicoline Snaas! Een doodnormale naam denkt u? Nou, dat mag u vinden, maar ik weet hoe het me vanaf dat moment zal vergaan. Iedereen en alles heeft het aan zijn snaas, snaast, of krijgt het aan zijn snaas; een collega gaat snaas naar huis? (Mexicaanse-snaas?); de lunch snaast me niet en de koffie is veel te snaas; buiten snaast het en het gaat steeds harder snasen en de komende tijd wordt nog veel meer snaas verwacht...

Beste collega's van me, willen jullie alstublieft een beetje opletten met wat je zoal rond snaast, er moet ook nog een beetje gesnaasd worden zo nu en dan!

Dank jullie wel.

ps, van een vriend leerde ik ooit dat, als een liedje in je hoofd maar blijft rondzingen, je er vanaf kunt komen door het betreffende liedje (opnieuw) helemaal tot het einde te beluisteren.
Dus lieve Nicoline, ik zal er bij zijn hoor, bij je concert, van het begin tot het allerlaatste einde. En luisteren zal ik, luisteren tot ik totaal uitgesnaasd ben.

Blogarchief