Valentijn

Alweer meer dan een jaar nu, stalkt hij zijn ex.

Achtervolgingen op de snelweg, telefoontjes om drie uur in de morgen, bossen- bloemen
op rare momenten en op vreemde plaatsen.

En zo gaat het maar door, dag in dag uit.

Alleen op Valentijnsdag laat hij haar een dag met rust.

Uit liefde.

Oscar

‘Er zijn van die momenten in het leven dat je een stap verder moet. Jezelf weer eens moet gaan ontwikkelen zeg maar. Maar dan wel op het erudiete vlak als het ware, want anders blijft het zo oppervlakkig allemaal.’
Dat dacht het schaap, terwijl het gras stond te eten.
‘Hoewel, ik ben eigenlijk best wel erudiet genoeg, laat ik mijn frivole kant eens gaan aanpakken', dacht het kort daarop en vervolgens: ‘weet je wat: Ik Ga Iets Doen Alsof’.
Hier moeten we even pauzeren want het duurde meer dan een paar dagen voordat het schaap bedacht had wát hij wilde gaan doen, maar toen schoot het door hem heen:
‘een schaap dat zijn contactlensen zoekt, dat wordt hem!

En zo is het dus gekomen dat er tussen al die schapen die we vandaag de dag zien in de wei zien staan, er een staat te doen alsof ie zijn contactlensen zoekt.
Mocht je zulks overigens zien, laat dan een even bescheiden applausje klinken, dat zal het leuk vinden.
Een kort ‘bravo, Oscar!’ mag ook.

Want zo heet hij, het schaap.

Tikkie leaks

Mejuffrouw Bobeldijk, dank voor uw reactie. Echter is het met betrekking tot uw inbreng nog steeds onzeker, en daardoor aleatoir, en blijft het dus dubieus, zelfs gewaagd mogelijk zelfs gevaarlijk , wellicht hachelijk en sowieso onbeslist, op het onbestendige af in deze, ergo, op het randje van onvast zelfs, en daardoor mogelijk indirect onduidelijk, en mede ook nog daarom ongewis, of met andere woorden onvast, ten opzichte van de onveilig geworden precaire problematiek, of het riskant is geworden (en daarom twijfelachtig) of we het kunnen gaan oplossen met betrekking tot de gestelde deadline.
Vandaar mijn voorstel tot escalatie.
Zo kunnen we in iedergeval het borgen van de schuldvraag op een, níet, wankele, danwel wisselvallige, mogelijk aanvechtbare, waardoor als betwistbaar te beschouwen, leest gaan schoeien waardoor het geheel op een naar verwachting niet bedenkelijk mogelijk zelfs onbetrouwbaar - en daardoor equivoque - niveau zal komen te verkeren.

Dus nogmaals, escalatie, we hebben geen andere keus. Dat is de ellende van deze kwestie. Ze is geweldig kwestieus

1986

Voor onze lieve en gewaardeerde collega Geertje moeten we iets opschrijven vanwege haar 25 jarig- jubileum. Alsof zo een fijne bloemenbon al niet genoeg is. Denk aan alle prachtige passiflora die je er mee kunt aanschaffen. Maar goed, het zei zo en voor Geertje doe ik zoiets graag.
Vijfentwintig jaar, dat is best een tijd geleden. Laten we eens kijken, wat deden we toen ook alweer zo een beetje? Ach verdraaid dat is waar ook! Dat is het jaar dat ik voor de eerste keer de Elfstedentocht win herinner ik me plotseling. En of ik wil of niet- maar natuurlijk wil ik, anders moet ik iets uit mijn duim gaan zuigen- beginnen de herinneringen aan mijn geestesoog voorbij te komen.
En weet je wat Geertje, nu je dit toch aan het lezen bent, kijk even mee:
Direct na het startschot zien we dan dat ik kan aanpikken bij een zekere WA van Buren, ‘de dolle Soestdijker’ die vanwege zijn drieste start èn brede zitvlak bij veel wedstrijdrijders geliefd is. Weliswaar vooral geliefd om ‘bij uit de wind te zitten’, maar toch. Wel zitten er aan beide zijden van mij, en dus ook achter het koninklijk- breed- uitgemeten windvrije achterwerk van onze Willem, tevens al mijn rivalen voor de overwinning. Een man of acht. Dus een gelopen race is het bepaald nog niet.
Na een tijdje blaast de dikkont zich, zoals te verwachten, totaal op. Als een raket met een lekke brandstoftank klapt hij volledig uit elkaar.
Drie sterke rijders uit het oosten van het land nemen de kop over. Ook die mannen ken ik. Het zijn de niet al te slimme gebroeders Duim. Ik zet me vlug achter hun stevige ruggen en vlieg heerlijk uit de wind verder naar Sneek. De drie Duimers zouden volgens hun moeder het verstand hebben verloren door besmetting met het zogenaamde ‘brain-virus’. Het eerste computervirus ooit gevonden. Die moeder Duim toch. Onzin, maar leuk verzonnen blijft het.
Net als ik denk dat het tijd wordt om ze maar eens de verkeerde kant op te gaan sturen, schuift de sluwe Ruud Lubbers naar voren. Hij haalt een plan tot opleiding in de ICT, mèt behoud van uitkering, uit zijn rugzak en overhandigt dit aan de sterkste van de drie. Dit geeft zoveel verwarring en discussie binnen het groepje dat ze bij de eerste de beste kluunplek een café binnen moeten om er met hun moeder over te gaan telefoneren. Ziezo, we kunnen dus verder zonder deze weliswaar sterke, maar domme jongens.
Maar nu zit ìk met die geslepen Ruud, die achter mijn rug zijn ICT- opleiding kletsverhalen naar mìj begint te roepen. De bits en bytes vliegen me om de oren. Maar ik trap er niet in. Neen, ik zal hèm eens leren met zijn gewauwel over banen en Ict. En die gelegenheid komt al snel. Vlak voorbij Bolsward gebaart Ruud dat hij dorst heeft gekregen van al zijn gepraat. Ik overhandig hem daarop mijn geheime wapen: een bidon met Italiaanse wijn die is aangelengd met een ietsepietsje methanol. Dàt zal hem leren. En ja hoor, nog voor Harlingen gaat hij, lijkbleek en met heftige krampen naar de kant. Ook van Ruudje zal ik dus geen last meer hebben.
Hola, maar nu even opgepast. Wie komt daar voorbij gestoven? Het is de nog fris ogende Edmond Halley zie ik vanuit mijn ooghoeken. En hij gaat er als een komeet van door.
Maar gelukkig! Net als in 1901 gaat hij veel te hard en vliegt even verderop in een flauwe bocht compleet uit de baan en verdwijnt uit het zicht. Een ijswolk van opstuivende sneeuw achter zich aan werpend. ‘Die zien we voorlopig niet meer terug’, roep ik tegen het inmiddels flink uitgedunde groepje koplopers.

Enfin, en de rest is geschiedenis.
Of ik de de kleine Maradona keihard uit de baan (en tegen een koek-en-zopie) zou hebben geduwd? Irrelevant. Goed het was mìjn hand die te zien was op de tv- beelden. Maar ik zeg jullie, alles gebeurde in een reflex. Het was dus eigenlijk meer ‘The Hand Of God’ die het lot van die kleine bepaalde.
En dat ik het op een akkoordje zou hebben gegooid met de laatst overgebleven kanshebber Greg Lemond? Waanzin! Ik zou hem hebben beloofd dat ik hem daarop zou helpen de tour de France te gaan winnen? Lariekoek. Je reinste lariekoek mensen.

Maar wie het niet geloven wil allemaal, mag gerust een keer bij mij thuis het gewonnen gouden- elfsteden- horloge komen bekijken. En wie het dàn nog niet geloven wil. Nou die gelooft het dan maar lekker niet. Het leven gaat toch wel door. Wat ik je brom.

Waanzin

De een maakt graag chocoladetaart,
de ander ruzie.

Wie dit niet snapt
hapt voortdurend
in zijn eigen illusie.

Wankel evenwicht

Blind van levenslust
fladdert iets in mij
voortdurend naar het licht.

Soms, als het even rust,
kan ik het vatten
en dan houd ik het gevangen,
tot het zich bevrijdt,

in een gedicht.

Digitaal

smartphone in linkerborstzak
telkens trilt hij even
deze pacemaker
van mijn twitterleven

Heb je dit wel eens

Dat je boven een
onpeilbare diepte
hangt

En alles is stil
niemand zingt

Gedragen
door een
onzichtbare kracht word je

En alles is stil
Niemand zingt

En je weet dat
als je wakker wordt

Dit je leven is
En het leven slechts een droom

Waarin je zinkt

Miss Muze

Na een lange vlucht
Is ze weer in de lucht

En cirkelt ze in en om
En rond mijn hoofd

Van waar, door haar
Fluisterend
Van alles wordt beloofd

Maar telkens als ik haar grijpen wil
Ready to Kill

Word ik door haar
Van mijn illussies beroofd

En ontsnapt ze in een zucht

Hou je adem bij je eigen

Ik denk dat ik voortaan
alleen nog maar
mijn eigen adem slik

want van die
van jouw
krijg ik de hik

Morning has broken

Straks lekker met mijn klompjes door de sneeuw,
die er dan aan blijft plakken,

zo word ik groot.

Daarna lekker de kroeg in,
voor een kopstoot!

IJdeltijd

hallo spiegeltje
ik weet wel waarom
jij niet naar me lacht

de dag is mooi begonnen,
maar ik ben nog altijd
lelijk als de nacht

Die zijn grof, joh!

Het leven is een vreemde onverklaarbare pijn
Sprak laatst onze opa Thijs,

Waarop oma Coby repliceerde met:
'JAHOOR!....,
maak dat mijn bejaarde kut maar wijs!'

Bobel That Missy

Het slimme blondje op mijn werk
Vroeg me mijn mening
Over het verschijnsel Facebook
En haar beleving

Natuurlijk was ik eerst (zoals altijd)
Door haar blondheid
Met stomheid geslagen
Maar nu
Terwijl ik langs de ramen ren
Begint mijn mening me te dagen

Omdat ik zie dat
Vista de Windows
Waar langs ik kom

De wereld wordt doorzeefd
Met leven wat niet meer
Wordt beleefd

Maar nog slechts
Door haar spiegelbeeld
Wordt verdragen

Kinderlijk uitgaan

Voordat hij uitgaat vraagt de nachtkaars aan de spaarlamp:'ga je mee uit?'
'neen', antwoordt de spaarlamp, 'ik moet zuinig aan doen'.

Ik hou niet meer van rouw

ok,
jij bent dan wel dood
maar ik heb ook gevoelens

De cirkel is blond

Voor jou en je blonde lokken
Op je bolle kop

Voor het lief en leed
Wat het leven je zal gaan schenken

Voor alle gevaar
Dat ik ervan zal weerhouden

Van jou ooit maar een haar
Te willen gaan krenken

Niet dat ik nu al weet
Hoe ik dat precies ga aanpakken

Maar dat is zo handig van de liefde
Dat je daar niet over na hoeft te denken

Buurvrouw

Heb ik weer, wil ik net naar bed gaan, wordt er gebeld.
Het is de buurvrouw met een probleem: haar kleine Rudolf kan niet slapen zonder het sprookje nog eens verteld te krijgen van Jan Willem Odorex en Nathalie Hop. Maar, ze 'weet ineens niet meer hoe dat ook alweer ging'. Wel weet ze dat Rudolfje 'echt helemaal gek wordt' als ze het hem niet snel gaat vertellen. Want 'zo is hij'.
En het is misschien heel stom van me, maar op het moment dat ik het wil gaan vertellen, ontschiet het mij ook ineens.
'Was het nou Nathalie die op last van haar vader met de, op staande- voet- ontslag- staande, postbode een relatie moest beginnen om zo de digitalisering van de posterijen binnen zijn gebied te kunnen saneren of juist andersom? En Jan Willem Odorex (of was het nou Rolodex?) welke rol speelde hij nu toch? Iets met paperclips maar wat ook alweer?'
Ik zucht pieker en peins, kijk eens omhoog in het licht van de straatlantaarn, doe mijn haar anders, maar het wil me op geen enkele manier te binnen schieten.
'Zeg!, ik heb niet de hele avond, wat denk je wel, jij sprookjes- analfabeet!', gilt de buurvrouw plotseling waarop ze binnen een handomdraai de kuierlatten neemt en uit mijn zicht verdwijnt.
En al weet ik inmiddels wel,'dat is nu eenmaal zoals het buurvrouwtje is' toch vind ik het iedere keer ook wel weer een beetje ongepast. Wat kàn díe vrouw te keer gaan over niks.

Nou dat wordt weer raar dromen, wat ik jullie brom.

Welterusten.

Een vreeeeemde fiets

Knijtje was een jongetje dat altijd verliefd werd op de verkeerde meisjes. Nou ja eigenlijk was dat niet zo maar anders. Knijtje had maar één manier om zijn liefde te betuigen. Voor alle andere was hij te verlegen.Hij deed het zo: als hij verliefd was geworden versierde hij de fiets van het onderwerp van zijn verliefdheid met veel liefde en toewijding en verf en bloemen en lieve kleine pluchen hondjes die dan weer heel grappige hoofddoekjes op hadden enzovoort.

Hij had dus een eigenaardig romantische inslag die jongen, verder niks mee mis mee, ware het niet dat Knijtje nóg een, in een fietsland als Nederland lastige, eigenaardigheid kende, hij kon geen fiets- kenmerken koppelen aan de eigenaar of eigenaresse ervan. De eerste keer bijvoorbeeld dat hij op zijn nieuwe fiets naar school was gegaan, vrolijk nagewuifd door zijn moeder, kwam hij die middag thuis met de bakfiets van de melkman.

Zijn moeder vond dat vergissen menselijk was en dat het niet kunnen herkennen van de fiets in combinatie met de eigenaar iets was wat op latere leeftijd wel zou overgegaan.
Een beetje zorgen maakte ze zich wel want had wijlen haar eigen man niet iets soortgelijks gehad? Weliswaar meer met vrouwen zelf en niet met hun fietsen, maar toch? (“Excuseer me” was zijn verweer dan als hij met zo een door hem versierde vrouw door zijn eigen vrouw betrapt werd: “ik wist niet dat jij het niet was”. )

Volgens de dokter, waarbij Knijtjes moeder te rade was gegaan, was hier weinig aan te doen en kwam het bij veel mannen voor, hij zelf had er ook wel eens last van had hij haar giechelend bekend terwijl hij haar daarbij een kneepje in de linkerwang had gegeven.

Vooral dat laatste had de moeder van Knijtje gerustgesteld.

Hoe dan ook, bij Knijtje ging het helemaal niet over allemaal, maar na verloop van tijd raakte men er in het dorp wel aan gewend.
Vond men zijn of haar fiets even niet, dan vond men dat 'lopen gezond was', liep naar het huisje van Knijtjes moeder en haalde zijn of haar fiets daar dan weer op.
Ook wist na enige tijd het hele dorp dat als men bijvoorbeeld de dominee van het dorp met een prachtig rood gelakte fiets zag rondrijden, versierd met bloemen en feestelijke franjes en pluchen hondjes met hoofddoekjes, dat Knijtje weer ‘op iemand was’.

Het moge duidelijk zijn dat Knijtjes versierpogingen niet naar enig voor hem wenselijk resultaat kònden leiden. Terwijl zo langzamerhand zowat het hele dorp op een prachtige felrode, kanariegele, of hemelblauwe fiets rondreed, versierd met bloemen hondjes ja nou weten we het wel enzovoort, woonde Knijtje, die inmiddels een flinke Knijt was geworden, nog steeds alleen met zijn moeder.

Toen Knijtje veertig zou gaan worden wilde zijn moeder hem een moderne computer kado geven met Wifi en Internet en Datingsites enzo. Dat vond zij een plan met vooruitziende blik.

Maar op de dag zelf ging het mis. Knijtje kwam vrolijk naar de woonkamer gelopen waar zijn moeder al voor hem stond te zingen. Hij  zag  zijn kado en bleef daarop direct stokstijf staan. Zijn ogen werden groot en zijn hoofd werd helemaal rood en toen nog roder.

Zijn moeder had het wel een leuk idee gevonden om de nieuwe computer te versieren met allerlei feestelijke franjes en pluchen hondjes met hoofddoekjes enzovoort.

Tsja, en zoiets moet je dus niet doen hè. Niet bij Knijtje in ieder geval. En helemaal niet als je 'Knijtjes moeder' heet.

Dat snappen jullie nu toch wel. Of heb ik het weer niet goed uitgelegd allemaal?

Hemeltjelief

toen jij stierf
mijn allerbeste
aller aller liefste
vriend

geloofde ik nog niet
dat als er iemand dood gaat
je hem dan helemaal nooit meer
neen, echt helemaal nooit meer
ziet

maar nu weet ik
na zoveel jaren
zo langzamerhand
dat elk geloof
de vader heeft
die het verdient

Blogarchief