Alweer meer dan een jaar nu, stalkt hij zijn ex.
Achtervolgingen op de snelweg, telefoontjes om drie uur in de morgen, bossen- bloemen
op rare momenten en op vreemde plaatsen.
En zo gaat het maar door, dag in dag uit.
Alleen op Valentijnsdag laat hij haar een dag met rust.
Uit liefde.
Oscar
‘Er zijn van die momenten in het leven dat je een stap verder moet. Jezelf weer eens moet gaan ontwikkelen zeg maar. Maar dan wel op het erudiete vlak als het ware, want anders blijft het zo oppervlakkig allemaal.’
Dat dacht het schaap, terwijl het gras stond te eten.
‘Hoewel, ik ben eigenlijk best wel erudiet genoeg, laat ik mijn frivole kant eens gaan aanpakken', dacht het kort daarop en vervolgens: ‘weet je wat: Ik Ga Iets Doen Alsof’.
Hier moeten we even pauzeren want het duurde meer dan een paar dagen voordat het schaap bedacht had wát hij wilde gaan doen, maar toen schoot het door hem heen:
‘een schaap dat zijn contactlensen zoekt, dat wordt hem!
En zo is het dus gekomen dat er tussen al die schapen die we vandaag de dag zien in de wei zien staan, er een staat te doen alsof ie zijn contactlensen zoekt.
Mocht je zulks overigens zien, laat dan een even bescheiden applausje klinken, dat zal het leuk vinden.
Een kort ‘bravo, Oscar!’ mag ook.
Want zo heet hij, het schaap.
Dat dacht het schaap, terwijl het gras stond te eten.
‘Hoewel, ik ben eigenlijk best wel erudiet genoeg, laat ik mijn frivole kant eens gaan aanpakken', dacht het kort daarop en vervolgens: ‘weet je wat: Ik Ga Iets Doen Alsof’.
Hier moeten we even pauzeren want het duurde meer dan een paar dagen voordat het schaap bedacht had wát hij wilde gaan doen, maar toen schoot het door hem heen:
‘een schaap dat zijn contactlensen zoekt, dat wordt hem!
En zo is het dus gekomen dat er tussen al die schapen die we vandaag de dag zien in de wei zien staan, er een staat te doen alsof ie zijn contactlensen zoekt.
Mocht je zulks overigens zien, laat dan een even bescheiden applausje klinken, dat zal het leuk vinden.
Een kort ‘bravo, Oscar!’ mag ook.
Want zo heet hij, het schaap.
Tikkie leaks
Mejuffrouw Bobeldijk, dank voor uw reactie. Echter is het met betrekking tot uw inbreng nog steeds onzeker, en daardoor aleatoir, en blijft het dus dubieus, zelfs gewaagd mogelijk zelfs gevaarlijk , wellicht hachelijk en sowieso onbeslist, op het onbestendige af in deze, ergo, op het randje van onvast zelfs, en daardoor mogelijk indirect onduidelijk, en mede ook nog daarom ongewis, of met andere woorden onvast, ten opzichte van de onveilig geworden precaire problematiek, of het riskant is geworden (en daarom twijfelachtig) of we het kunnen gaan oplossen met betrekking tot de gestelde deadline.
Vandaar mijn voorstel tot escalatie.
Zo kunnen we in iedergeval het borgen van de schuldvraag op een, níet, wankele, danwel wisselvallige, mogelijk aanvechtbare, waardoor als betwistbaar te beschouwen, leest gaan schoeien waardoor het geheel op een naar verwachting niet bedenkelijk mogelijk zelfs onbetrouwbaar - en daardoor equivoque - niveau zal komen te verkeren.
Dus nogmaals, escalatie, we hebben geen andere keus. Dat is de ellende van deze kwestie. Ze is geweldig kwestieus
Vandaar mijn voorstel tot escalatie.
Zo kunnen we in iedergeval het borgen van de schuldvraag op een, níet, wankele, danwel wisselvallige, mogelijk aanvechtbare, waardoor als betwistbaar te beschouwen, leest gaan schoeien waardoor het geheel op een naar verwachting niet bedenkelijk mogelijk zelfs onbetrouwbaar - en daardoor equivoque - niveau zal komen te verkeren.
Dus nogmaals, escalatie, we hebben geen andere keus. Dat is de ellende van deze kwestie. Ze is geweldig kwestieus
1986
Voor onze lieve en gewaardeerde collega Geertje moeten we iets opschrijven vanwege haar 25 jarig- jubileum. Alsof zo een fijne bloemenbon al niet genoeg is. Denk aan alle prachtige passiflora die je er mee kunt aanschaffen. Maar goed, het zei zo en voor Geertje doe ik zoiets graag.
Vijfentwintig jaar, dat is best een tijd geleden. Laten we eens kijken, wat deden we toen ook alweer zo een beetje? Ach verdraaid dat is waar ook! Dat is het jaar dat ik voor de eerste keer de Elfstedentocht win herinner ik me plotseling. En of ik wil of niet- maar natuurlijk wil ik, anders moet ik iets uit mijn duim gaan zuigen- beginnen de herinneringen aan mijn geestesoog voorbij te komen.
En weet je wat Geertje, nu je dit toch aan het lezen bent, kijk even mee:
Direct na het startschot zien we dan dat ik kan aanpikken bij een zekere WA van Buren, ‘de dolle Soestdijker’ die vanwege zijn drieste start èn brede zitvlak bij veel wedstrijdrijders geliefd is. Weliswaar vooral geliefd om ‘bij uit de wind te zitten’, maar toch. Wel zitten er aan beide zijden van mij, en dus ook achter het koninklijk- breed- uitgemeten windvrije achterwerk van onze Willem, tevens al mijn rivalen voor de overwinning. Een man of acht. Dus een gelopen race is het bepaald nog niet.
Na een tijdje blaast de dikkont zich, zoals te verwachten, totaal op. Als een raket met een lekke brandstoftank klapt hij volledig uit elkaar.
Drie sterke rijders uit het oosten van het land nemen de kop over. Ook die mannen ken ik. Het zijn de niet al te slimme gebroeders Duim. Ik zet me vlug achter hun stevige ruggen en vlieg heerlijk uit de wind verder naar Sneek. De drie Duimers zouden volgens hun moeder het verstand hebben verloren door besmetting met het zogenaamde ‘brain-virus’. Het eerste computervirus ooit gevonden. Die moeder Duim toch. Onzin, maar leuk verzonnen blijft het.
Net als ik denk dat het tijd wordt om ze maar eens de verkeerde kant op te gaan sturen, schuift de sluwe Ruud Lubbers naar voren. Hij haalt een plan tot opleiding in de ICT, mèt behoud van uitkering, uit zijn rugzak en overhandigt dit aan de sterkste van de drie. Dit geeft zoveel verwarring en discussie binnen het groepje dat ze bij de eerste de beste kluunplek een café binnen moeten om er met hun moeder over te gaan telefoneren. Ziezo, we kunnen dus verder zonder deze weliswaar sterke, maar domme jongens.
Maar nu zit ìk met die geslepen Ruud, die achter mijn rug zijn ICT- opleiding kletsverhalen naar mìj begint te roepen. De bits en bytes vliegen me om de oren. Maar ik trap er niet in. Neen, ik zal hèm eens leren met zijn gewauwel over banen en Ict. En die gelegenheid komt al snel. Vlak voorbij Bolsward gebaart Ruud dat hij dorst heeft gekregen van al zijn gepraat. Ik overhandig hem daarop mijn geheime wapen: een bidon met Italiaanse wijn die is aangelengd met een ietsepietsje methanol. Dàt zal hem leren. En ja hoor, nog voor Harlingen gaat hij, lijkbleek en met heftige krampen naar de kant. Ook van Ruudje zal ik dus geen last meer hebben.
Hola, maar nu even opgepast. Wie komt daar voorbij gestoven? Het is de nog fris ogende Edmond Halley zie ik vanuit mijn ooghoeken. En hij gaat er als een komeet van door.
Maar gelukkig! Net als in 1901 gaat hij veel te hard en vliegt even verderop in een flauwe bocht compleet uit de baan en verdwijnt uit het zicht. Een ijswolk van opstuivende sneeuw achter zich aan werpend. ‘Die zien we voorlopig niet meer terug’, roep ik tegen het inmiddels flink uitgedunde groepje koplopers.
Enfin, en de rest is geschiedenis.
Of ik de de kleine Maradona keihard uit de baan (en tegen een koek-en-zopie) zou hebben geduwd? Irrelevant. Goed het was mìjn hand die te zien was op de tv- beelden. Maar ik zeg jullie, alles gebeurde in een reflex. Het was dus eigenlijk meer ‘The Hand Of God’ die het lot van die kleine bepaalde.
En dat ik het op een akkoordje zou hebben gegooid met de laatst overgebleven kanshebber Greg Lemond? Waanzin! Ik zou hem hebben beloofd dat ik hem daarop zou helpen de tour de France te gaan winnen? Lariekoek. Je reinste lariekoek mensen.
Maar wie het niet geloven wil allemaal, mag gerust een keer bij mij thuis het gewonnen gouden- elfsteden- horloge komen bekijken. En wie het dàn nog niet geloven wil. Nou die gelooft het dan maar lekker niet. Het leven gaat toch wel door. Wat ik je brom.
Vijfentwintig jaar, dat is best een tijd geleden. Laten we eens kijken, wat deden we toen ook alweer zo een beetje? Ach verdraaid dat is waar ook! Dat is het jaar dat ik voor de eerste keer de Elfstedentocht win herinner ik me plotseling. En of ik wil of niet- maar natuurlijk wil ik, anders moet ik iets uit mijn duim gaan zuigen- beginnen de herinneringen aan mijn geestesoog voorbij te komen.
En weet je wat Geertje, nu je dit toch aan het lezen bent, kijk even mee:
Direct na het startschot zien we dan dat ik kan aanpikken bij een zekere WA van Buren, ‘de dolle Soestdijker’ die vanwege zijn drieste start èn brede zitvlak bij veel wedstrijdrijders geliefd is. Weliswaar vooral geliefd om ‘bij uit de wind te zitten’, maar toch. Wel zitten er aan beide zijden van mij, en dus ook achter het koninklijk- breed- uitgemeten windvrije achterwerk van onze Willem, tevens al mijn rivalen voor de overwinning. Een man of acht. Dus een gelopen race is het bepaald nog niet.
Na een tijdje blaast de dikkont zich, zoals te verwachten, totaal op. Als een raket met een lekke brandstoftank klapt hij volledig uit elkaar.
Drie sterke rijders uit het oosten van het land nemen de kop over. Ook die mannen ken ik. Het zijn de niet al te slimme gebroeders Duim. Ik zet me vlug achter hun stevige ruggen en vlieg heerlijk uit de wind verder naar Sneek. De drie Duimers zouden volgens hun moeder het verstand hebben verloren door besmetting met het zogenaamde ‘brain-virus’. Het eerste computervirus ooit gevonden. Die moeder Duim toch. Onzin, maar leuk verzonnen blijft het.
Net als ik denk dat het tijd wordt om ze maar eens de verkeerde kant op te gaan sturen, schuift de sluwe Ruud Lubbers naar voren. Hij haalt een plan tot opleiding in de ICT, mèt behoud van uitkering, uit zijn rugzak en overhandigt dit aan de sterkste van de drie. Dit geeft zoveel verwarring en discussie binnen het groepje dat ze bij de eerste de beste kluunplek een café binnen moeten om er met hun moeder over te gaan telefoneren. Ziezo, we kunnen dus verder zonder deze weliswaar sterke, maar domme jongens.
Maar nu zit ìk met die geslepen Ruud, die achter mijn rug zijn ICT- opleiding kletsverhalen naar mìj begint te roepen. De bits en bytes vliegen me om de oren. Maar ik trap er niet in. Neen, ik zal hèm eens leren met zijn gewauwel over banen en Ict. En die gelegenheid komt al snel. Vlak voorbij Bolsward gebaart Ruud dat hij dorst heeft gekregen van al zijn gepraat. Ik overhandig hem daarop mijn geheime wapen: een bidon met Italiaanse wijn die is aangelengd met een ietsepietsje methanol. Dàt zal hem leren. En ja hoor, nog voor Harlingen gaat hij, lijkbleek en met heftige krampen naar de kant. Ook van Ruudje zal ik dus geen last meer hebben.
Hola, maar nu even opgepast. Wie komt daar voorbij gestoven? Het is de nog fris ogende Edmond Halley zie ik vanuit mijn ooghoeken. En hij gaat er als een komeet van door.
Maar gelukkig! Net als in 1901 gaat hij veel te hard en vliegt even verderop in een flauwe bocht compleet uit de baan en verdwijnt uit het zicht. Een ijswolk van opstuivende sneeuw achter zich aan werpend. ‘Die zien we voorlopig niet meer terug’, roep ik tegen het inmiddels flink uitgedunde groepje koplopers.
Enfin, en de rest is geschiedenis.
Of ik de de kleine Maradona keihard uit de baan (en tegen een koek-en-zopie) zou hebben geduwd? Irrelevant. Goed het was mìjn hand die te zien was op de tv- beelden. Maar ik zeg jullie, alles gebeurde in een reflex. Het was dus eigenlijk meer ‘The Hand Of God’ die het lot van die kleine bepaalde.
En dat ik het op een akkoordje zou hebben gegooid met de laatst overgebleven kanshebber Greg Lemond? Waanzin! Ik zou hem hebben beloofd dat ik hem daarop zou helpen de tour de France te gaan winnen? Lariekoek. Je reinste lariekoek mensen.
Maar wie het niet geloven wil allemaal, mag gerust een keer bij mij thuis het gewonnen gouden- elfsteden- horloge komen bekijken. En wie het dàn nog niet geloven wil. Nou die gelooft het dan maar lekker niet. Het leven gaat toch wel door. Wat ik je brom.
Waanzin
De een maakt graag chocoladetaart,
de ander ruzie.
Wie dit niet snapt
hapt voortdurend
in zijn eigen illusie.
de ander ruzie.
Wie dit niet snapt
hapt voortdurend
in zijn eigen illusie.
Wankel evenwicht
Blind van levenslust
fladdert iets in mij
voortdurend naar het licht.
Soms, als het even rust,
kan ik het vatten
en dan houd ik het gevangen,
tot het zich bevrijdt,
in een gedicht.
fladdert iets in mij
voortdurend naar het licht.
Soms, als het even rust,
kan ik het vatten
en dan houd ik het gevangen,
tot het zich bevrijdt,
in een gedicht.
Heb je dit wel eens
Dat je boven een
onpeilbare diepte
hangt
En alles is stil
niemand zingt
Gedragen
door een
onzichtbare kracht word je
En alles is stil
Niemand zingt
En je weet dat
als je wakker wordt
Dit je leven is
En het leven slechts een droom
Waarin je zinkt
onpeilbare diepte
hangt
En alles is stil
niemand zingt
Gedragen
door een
onzichtbare kracht word je
En alles is stil
Niemand zingt
En je weet dat
als je wakker wordt
Dit je leven is
En het leven slechts een droom
Waarin je zinkt
Miss Muze
Na een lange vlucht
Is ze weer in de lucht
En cirkelt ze in en om
En rond mijn hoofd
Van waar, door haar
Fluisterend
Van alles wordt beloofd
Maar telkens als ik haar grijpen wil
Ready to Kill
Word ik door haar
Van mijn illussies beroofd
En ontsnapt ze in een zucht
Is ze weer in de lucht
En cirkelt ze in en om
En rond mijn hoofd
Van waar, door haar
Fluisterend
Van alles wordt beloofd
Maar telkens als ik haar grijpen wil
Ready to Kill
Word ik door haar
Van mijn illussies beroofd
En ontsnapt ze in een zucht
Hou je adem bij je eigen
Ik denk dat ik voortaan
alleen nog maar
mijn eigen adem slik
want van die
van jouw
krijg ik de hik
alleen nog maar
mijn eigen adem slik
want van die
van jouw
krijg ik de hik
Morning has broken
IJdeltijd
hallo spiegeltje
ik weet wel waarom
jij niet naar me lacht
de dag is mooi begonnen,
maar ik ben nog altijd
lelijk als de nacht
ik weet wel waarom
jij niet naar me lacht
de dag is mooi begonnen,
maar ik ben nog altijd
lelijk als de nacht
Die zijn grof, joh!
Het leven is een vreemde onverklaarbare pijn
Sprak laatst onze opa Thijs,
Waarop oma Coby repliceerde met:
'JAHOOR!....,
maak dat mijn bejaarde kut maar wijs!'
Sprak laatst onze opa Thijs,
Waarop oma Coby repliceerde met:
'JAHOOR!....,
maak dat mijn bejaarde kut maar wijs!'
Bobel That Missy
Het slimme blondje op mijn werk
Vroeg me mijn mening
Over het verschijnsel Facebook
En haar beleving
Natuurlijk was ik eerst (zoals altijd)
Door haar blondheid
Met stomheid geslagen
Maar nu
Terwijl ik langs de ramen ren
Begint mijn mening me te dagen
Omdat ik zie dat
Vista de Windows
Waar langs ik kom
De wereld wordt doorzeefd
Met leven wat niet meer
Wordt beleefd
Maar nog slechts
Door haar spiegelbeeld
Wordt verdragen
Vroeg me mijn mening
Over het verschijnsel Facebook
En haar beleving
Natuurlijk was ik eerst (zoals altijd)
Door haar blondheid
Met stomheid geslagen
Maar nu
Terwijl ik langs de ramen ren
Begint mijn mening me te dagen
Omdat ik zie dat
Vista de Windows
Waar langs ik kom
De wereld wordt doorzeefd
Met leven wat niet meer
Wordt beleefd
Maar nog slechts
Door haar spiegelbeeld
Wordt verdragen
Kinderlijk uitgaan
Voordat hij uitgaat vraagt de nachtkaars aan de spaarlamp:'ga je mee uit?'
'neen', antwoordt de spaarlamp, 'ik moet zuinig aan doen'.
'neen', antwoordt de spaarlamp, 'ik moet zuinig aan doen'.
De cirkel is blond
Voor jou en je blonde lokken
Op je bolle kop
Voor het lief en leed
Wat het leven je zal gaan schenken
Voor alle gevaar
Dat ik ervan zal weerhouden
Van jou ooit maar een haar
Te willen gaan krenken
Niet dat ik nu al weet
Hoe ik dat precies ga aanpakken
Maar dat is zo handig van de liefde
Dat je daar niet over na hoeft te denken
Op je bolle kop
Voor het lief en leed
Wat het leven je zal gaan schenken
Voor alle gevaar
Dat ik ervan zal weerhouden
Van jou ooit maar een haar
Te willen gaan krenken
Niet dat ik nu al weet
Hoe ik dat precies ga aanpakken
Maar dat is zo handig van de liefde
Dat je daar niet over na hoeft te denken
Buurvrouw
Heb ik weer, wil ik net naar bed gaan, wordt er gebeld.
Het is de buurvrouw met een probleem: haar kleine Rudolf kan niet slapen zonder het sprookje nog eens verteld te krijgen van Jan Willem Odorex en Nathalie Hop. Maar, ze 'weet ineens niet meer hoe dat ook alweer ging'. Wel weet ze dat Rudolfje 'echt helemaal gek wordt' als ze het hem niet snel gaat vertellen. Want 'zo is hij'.
En het is misschien heel stom van me, maar op het moment dat ik het wil gaan vertellen, ontschiet het mij ook ineens.
'Was het nou Nathalie die op last van haar vader met de, op staande- voet- ontslag- staande, postbode een relatie moest beginnen om zo de digitalisering van de posterijen binnen zijn gebied te kunnen saneren of juist andersom? En Jan Willem Odorex (of was het nou Rolodex?) welke rol speelde hij nu toch? Iets met paperclips maar wat ook alweer?'
Ik zucht pieker en peins, kijk eens omhoog in het licht van de straatlantaarn, doe mijn haar anders, maar het wil me op geen enkele manier te binnen schieten.
'Zeg!, ik heb niet de hele avond, wat denk je wel, jij sprookjes- analfabeet!', gilt de buurvrouw plotseling waarop ze binnen een handomdraai de kuierlatten neemt en uit mijn zicht verdwijnt.
En al weet ik inmiddels wel,'dat is nu eenmaal zoals het buurvrouwtje is' toch vind ik het iedere keer ook wel weer een beetje ongepast. Wat kàn díe vrouw te keer gaan over niks.
Nou dat wordt weer raar dromen, wat ik jullie brom.
Welterusten.
Het is de buurvrouw met een probleem: haar kleine Rudolf kan niet slapen zonder het sprookje nog eens verteld te krijgen van Jan Willem Odorex en Nathalie Hop. Maar, ze 'weet ineens niet meer hoe dat ook alweer ging'. Wel weet ze dat Rudolfje 'echt helemaal gek wordt' als ze het hem niet snel gaat vertellen. Want 'zo is hij'.
En het is misschien heel stom van me, maar op het moment dat ik het wil gaan vertellen, ontschiet het mij ook ineens.
'Was het nou Nathalie die op last van haar vader met de, op staande- voet- ontslag- staande, postbode een relatie moest beginnen om zo de digitalisering van de posterijen binnen zijn gebied te kunnen saneren of juist andersom? En Jan Willem Odorex (of was het nou Rolodex?) welke rol speelde hij nu toch? Iets met paperclips maar wat ook alweer?'
Ik zucht pieker en peins, kijk eens omhoog in het licht van de straatlantaarn, doe mijn haar anders, maar het wil me op geen enkele manier te binnen schieten.
'Zeg!, ik heb niet de hele avond, wat denk je wel, jij sprookjes- analfabeet!', gilt de buurvrouw plotseling waarop ze binnen een handomdraai de kuierlatten neemt en uit mijn zicht verdwijnt.
En al weet ik inmiddels wel,'dat is nu eenmaal zoals het buurvrouwtje is' toch vind ik het iedere keer ook wel weer een beetje ongepast. Wat kàn díe vrouw te keer gaan over niks.
Nou dat wordt weer raar dromen, wat ik jullie brom.
Welterusten.
Een vreeeeemde fiets
Knijtje was een jongetje dat altijd verliefd werd op de verkeerde meisjes. Nou ja eigenlijk was dat niet zo maar anders. Knijtje had maar één manier om zijn liefde te betuigen. Voor alle andere was hij te verlegen.Hij deed het zo: als hij verliefd was geworden versierde hij de fiets van het onderwerp van zijn verliefdheid met veel liefde en toewijding en verf en bloemen en lieve kleine pluchen hondjes die dan weer heel grappige hoofddoekjes op hadden enzovoort.
Hij had dus een eigenaardig romantische inslag die jongen, verder niks mee mis mee, ware het niet dat Knijtje nóg een, in een fietsland als Nederland lastige, eigenaardigheid kende, hij kon geen fiets- kenmerken koppelen aan de eigenaar of eigenaresse ervan. De eerste keer bijvoorbeeld dat hij op zijn nieuwe fiets naar school was gegaan, vrolijk nagewuifd door zijn moeder, kwam hij die middag thuis met de bakfiets van de melkman.
Zijn moeder vond dat vergissen menselijk was en dat het niet kunnen herkennen van de fiets in combinatie met de eigenaar iets was wat op latere leeftijd wel zou overgegaan.
Een beetje zorgen maakte ze zich wel want had wijlen haar eigen man niet iets soortgelijks gehad? Weliswaar meer met vrouwen zelf en niet met hun fietsen, maar toch? (“Excuseer me” was zijn verweer dan als hij met zo een door hem versierde vrouw door zijn eigen vrouw betrapt werd: “ik wist niet dat jij het niet was”. )
Volgens de dokter, waarbij Knijtjes moeder te rade was gegaan, was hier weinig aan te doen en kwam het bij veel mannen voor, hij zelf had er ook wel eens last van had hij haar giechelend bekend terwijl hij haar daarbij een kneepje in de linkerwang had gegeven.
Vooral dat laatste had de moeder van Knijtje gerustgesteld.
Hoe dan ook, bij Knijtje ging het helemaal niet over allemaal, maar na verloop van tijd raakte men er in het dorp wel aan gewend.
Vond men zijn of haar fiets even niet, dan vond men dat 'lopen gezond was', liep naar het huisje van Knijtjes moeder en haalde zijn of haar fiets daar dan weer op.
Ook wist na enige tijd het hele dorp dat als men bijvoorbeeld de dominee van het dorp met een prachtig rood gelakte fiets zag rondrijden, versierd met bloemen en feestelijke franjes en pluchen hondjes met hoofddoekjes, dat Knijtje weer ‘op iemand was’.
Het moge duidelijk zijn dat Knijtjes versierpogingen niet naar enig voor hem wenselijk resultaat kònden leiden. Terwijl zo langzamerhand zowat het hele dorp op een prachtige felrode, kanariegele, of hemelblauwe fiets rondreed, versierd met bloemen hondjes ja nou weten we het wel enzovoort, woonde Knijtje, die inmiddels een flinke Knijt was geworden, nog steeds alleen met zijn moeder.
Toen Knijtje veertig zou gaan worden wilde zijn moeder hem een moderne computer kado geven met Wifi en Internet en Datingsites enzo. Dat vond zij een plan met vooruitziende blik.
Maar op de dag zelf ging het mis. Knijtje kwam vrolijk naar de woonkamer gelopen waar zijn moeder al voor hem stond te zingen. Hij zag zijn kado en bleef daarop direct stokstijf staan. Zijn ogen werden groot en zijn hoofd werd helemaal rood en toen nog roder.
Zijn moeder had het wel een leuk idee gevonden om de nieuwe computer te versieren met allerlei feestelijke franjes en pluchen hondjes met hoofddoekjes enzovoort.
Tsja, en zoiets moet je dus niet doen hè. Niet bij Knijtje in ieder geval. En helemaal niet als je 'Knijtjes moeder' heet.
Dat snappen jullie nu toch wel. Of heb ik het weer niet goed uitgelegd allemaal?
Hij had dus een eigenaardig romantische inslag die jongen, verder niks mee mis mee, ware het niet dat Knijtje nóg een, in een fietsland als Nederland lastige, eigenaardigheid kende, hij kon geen fiets- kenmerken koppelen aan de eigenaar of eigenaresse ervan. De eerste keer bijvoorbeeld dat hij op zijn nieuwe fiets naar school was gegaan, vrolijk nagewuifd door zijn moeder, kwam hij die middag thuis met de bakfiets van de melkman.
Zijn moeder vond dat vergissen menselijk was en dat het niet kunnen herkennen van de fiets in combinatie met de eigenaar iets was wat op latere leeftijd wel zou overgegaan.
Een beetje zorgen maakte ze zich wel want had wijlen haar eigen man niet iets soortgelijks gehad? Weliswaar meer met vrouwen zelf en niet met hun fietsen, maar toch? (“Excuseer me” was zijn verweer dan als hij met zo een door hem versierde vrouw door zijn eigen vrouw betrapt werd: “ik wist niet dat jij het niet was”. )
Volgens de dokter, waarbij Knijtjes moeder te rade was gegaan, was hier weinig aan te doen en kwam het bij veel mannen voor, hij zelf had er ook wel eens last van had hij haar giechelend bekend terwijl hij haar daarbij een kneepje in de linkerwang had gegeven.
Vooral dat laatste had de moeder van Knijtje gerustgesteld.
Hoe dan ook, bij Knijtje ging het helemaal niet over allemaal, maar na verloop van tijd raakte men er in het dorp wel aan gewend.
Vond men zijn of haar fiets even niet, dan vond men dat 'lopen gezond was', liep naar het huisje van Knijtjes moeder en haalde zijn of haar fiets daar dan weer op.
Ook wist na enige tijd het hele dorp dat als men bijvoorbeeld de dominee van het dorp met een prachtig rood gelakte fiets zag rondrijden, versierd met bloemen en feestelijke franjes en pluchen hondjes met hoofddoekjes, dat Knijtje weer ‘op iemand was’.
Het moge duidelijk zijn dat Knijtjes versierpogingen niet naar enig voor hem wenselijk resultaat kònden leiden. Terwijl zo langzamerhand zowat het hele dorp op een prachtige felrode, kanariegele, of hemelblauwe fiets rondreed, versierd met bloemen hondjes ja nou weten we het wel enzovoort, woonde Knijtje, die inmiddels een flinke Knijt was geworden, nog steeds alleen met zijn moeder.
Toen Knijtje veertig zou gaan worden wilde zijn moeder hem een moderne computer kado geven met Wifi en Internet en Datingsites enzo. Dat vond zij een plan met vooruitziende blik.
Maar op de dag zelf ging het mis. Knijtje kwam vrolijk naar de woonkamer gelopen waar zijn moeder al voor hem stond te zingen. Hij zag zijn kado en bleef daarop direct stokstijf staan. Zijn ogen werden groot en zijn hoofd werd helemaal rood en toen nog roder.
Zijn moeder had het wel een leuk idee gevonden om de nieuwe computer te versieren met allerlei feestelijke franjes en pluchen hondjes met hoofddoekjes enzovoort.
Tsja, en zoiets moet je dus niet doen hè. Niet bij Knijtje in ieder geval. En helemaal niet als je 'Knijtjes moeder' heet.
Dat snappen jullie nu toch wel. Of heb ik het weer niet goed uitgelegd allemaal?
Hemeltjelief
toen jij stierf
mijn allerbeste
aller aller liefste
vriend
geloofde ik nog niet
dat als er iemand dood gaat
je hem dan helemaal nooit meer
neen, echt helemaal nooit meer
ziet
maar nu weet ik
mijn allerbeste
aller aller liefste
vriend
geloofde ik nog niet
dat als er iemand dood gaat
je hem dan helemaal nooit meer
neen, echt helemaal nooit meer
ziet
maar nu weet ik
na zoveel jaren
zo langzamerhand
dat elk geloof
de vader heeft
die het verdient
zo langzamerhand
dat elk geloof
de vader heeft
die het verdient
Abonneren op:
Posts (Atom)
Blogarchief
- mei 2026 (2)
- december 2025 (1)
- januari 2025 (1)
- december 2023 (2)
- september 2023 (1)
- september 2022 (2)
- april 2021 (2)
- maart 2021 (2)
- januari 2021 (1)
- augustus 2020 (1)
- juli 2020 (1)
- juni 2020 (1)
- mei 2020 (2)
- april 2020 (1)
- februari 2020 (1)
- januari 2020 (2)
- december 2019 (1)
- november 2019 (2)
- oktober 2019 (1)
- juli 2019 (3)
- mei 2019 (1)
- april 2019 (1)
- maart 2019 (3)
- februari 2019 (2)
- januari 2019 (1)
- december 2018 (4)
- november 2018 (1)
- oktober 2018 (1)
- september 2018 (2)
- juli 2018 (1)
- juni 2018 (1)
- april 2018 (1)
- maart 2018 (4)
- februari 2018 (2)
- januari 2018 (2)
- november 2017 (1)
- oktober 2017 (1)
- september 2017 (1)
- augustus 2017 (2)
- juli 2017 (1)
- juni 2017 (2)
- mei 2017 (2)
- april 2017 (1)
- maart 2017 (1)
- februari 2017 (1)
- januari 2017 (1)
- december 2016 (1)
- november 2016 (3)
- oktober 2016 (2)
- september 2016 (1)
- augustus 2016 (2)
- juli 2016 (1)
- juni 2016 (5)
- mei 2016 (11)
- april 2016 (8)
- maart 2016 (4)
- februari 2016 (3)
- januari 2016 (6)
- december 2015 (3)
- oktober 2015 (3)
- september 2015 (3)
- augustus 2015 (5)
- juli 2015 (4)
- juni 2015 (1)
- april 2015 (1)
- maart 2015 (1)
- februari 2015 (3)
- januari 2015 (3)
- december 2014 (4)
- november 2014 (4)
- oktober 2014 (1)
- september 2014 (1)
- december 2013 (1)
- november 2013 (1)
- juli 2013 (1)
- juni 2013 (2)
- april 2013 (1)
- maart 2013 (3)
- februari 2013 (1)
- januari 2013 (3)
- december 2012 (2)
- november 2012 (4)
- oktober 2012 (9)
- september 2012 (7)
- augustus 2012 (3)
- juli 2012 (1)
- juni 2012 (1)
- mei 2012 (6)
- april 2012 (4)
- maart 2012 (5)
- februari 2012 (7)
- januari 2012 (4)
- december 2011 (8)
- november 2011 (5)
- oktober 2011 (2)
- september 2011 (5)
- augustus 2011 (10)
- juli 2011 (4)
- juni 2011 (7)
- mei 2011 (5)
- april 2011 (12)
- maart 2011 (7)
- februari 2011 (1)
- januari 2011 (3)
- december 2010 (3)
- november 2010 (11)
- oktober 2010 (2)
- september 2010 (4)
- juli 2010 (1)
- april 2010 (1)
- maart 2010 (3)
- februari 2010 (5)
- januari 2010 (3)
- november 2009 (1)
- oktober 2009 (1)
- april 2009 (1)
- maart 2009 (1)
- januari 2009 (5)
- december 2008 (1)
- november 2008 (1)
- juli 2008 (1)
- april 2008 (1)
- februari 2008 (1)
- januari 2008 (1)
- november 2007 (1)
- mei 2007 (1)
- juni 2006 (1)
- juni 2005 (1)
- mei 2005 (1)
- maart 2005 (3)
- februari 2005 (2)
- januari 2005 (11)
