jhei

en dan laat je me een gedicht lezen van je

over oude mensen
met een gezamenlijke richting
zonder franje

maar het mooiste gedicht was je
toch echt zelf op je hei
met je korte dappere beentjes
je mooie oranje schoentjes
met daarin ongetwijfeld
tien kordate teentjes

die ik overigens best een keer
stuk voor stuk
wil ontmoeten
alle tien

want al heb ik niks
met voeten
wie er mee weg liep
kan ze niet meer zien


SUB PRIJS

Toen Fedor vanochtend in de spiegel keek zag hij niet zich zelf maar een sprookjesachtig  mooie en lieve vrouw die een A4-tje met tekst ophield. Vanwege het spiegeleffect kon hij de tekst niet zo snel ontcijferen maar na wat gepuzzel kon hij er dit van maken:
"Hallo ik ben Annemiek de Middelfee, vanwege je 12 en een half jarig vrijgezel bestaan mag je een wens doen. Maar, let op, ik ben maar de Middelfee dus maak het niet te dol want ik kan wel een beetje toveren maar beloven kan ik niks."
Fedor had van kinds af aan altijd al de wens gehad dat zijn vrienden, die hij niet had overigens, een suprise party voor hem zouden organiseren. Daarom zei hij zacht: "ik zou graag een keer een suprise-party willen hebben op mijn verjaardag." De Middelfee pakte een briefje waar op ze schreef: "! dro ni tmok kO", wreef drie keer over haar poes en weg was ze ! "En doe er een grote liefde bij" fluisterde hij.
De volgende dag was Fedor jarig. Anders dan anders was iedereen op het werk erg vriendelijk tegen hem. Zijn baas kwam zelfs even uit zijn kamer om hem te feliciteren. In de loop van de dag zag hij een paar keer collega"s op samenzweerderige wijze met elkaar staan te smoezen. Als hij dan in de buurt kwam zwegen ze plotseling en keken elkaar veelbetekenend aan. Vriendelijk knikte iedereen dan naar hem tijdens het voorbijgaan.
Tijdens de lunch kwam de lieftallige secretaresse Hannah hem een briefje brengen. Het was een bericht van Renske van de Postkamer, ER LIGT EEN PAKKET IN DE POSTKAMER VOOR JE, WIL JE DAT VOORDAT JE VERTREKT EVEN OPHALEN, HET LIGT IN HET ACHTERSTE SCHAP, DE DEUR STAAT OPEN, IK HAD HET JE WEL WILLEN BRENGEN MAAR IK BEN ZIEK NAAR HUIS WANT IK HEB DIARREE, xxx Renske.
Zoals altijd ruimde Fedor om tien voor halfzes zijn spullen op en vertrok. "Fijne verjaardag, prettige avond en vergeet niet nog even langs de postkamer te gaan" riep Hannah hem na. Her en der klonk een gesmoord gegiechel en iemand proestte het zelfs uit zo leek het. Bij de postkamer aangekomen zag hij de deur op een kier staan. Hij ging naar binnen en terwijl hij bij het achterste schap aan kwam hoorde hij hoe de deur dicht ging en daarna op slot werd gedaan. Er lag geen pakket. Fedor ging terug naar de deur maar die kon van binnenuit niet worden geopend. Een keer riep Fedor "HELP", toen ging hij op de grond zitten wachten.
Om 8 uur hoorde hij iemand de deur van het slot doen en zich daarna snel uit de voeten maken. Hij stond op, opende de deur, ging naar de fietsenstalling pakte zijn fiets en reed naar huis. Toen hij de sleutel in zijn voordeur deed onderdrukte hij met een rilling een groot gevoel van opgewonden verwachting. Hij opende de deur en daarna, met een forse zwaai, de woonkamerdeur. Die was leeg en donker, Fedor deed wat lichten aan maar de kamer bleef leeg. Ook de slaapkamer was leeg als hij altijd was. Tot zijn zeer grote verbazing was er helemaal nergens niks of niemand. Hij ging voor de wastafelspiegel staan en keek naar zijn verbaasd en verbouwereerd gelaat.  "Wat een stomme kutfee!!!" riep hij tegen zijn spiegelbeeld. Hij voelde het bloed kloppen in de ader op zijn linker slaap.  Boos liep hij daarna de woonkamer in en plofte op de bank: "Godvoordedomme !" maar wacht maar, dit keer zou hij niet alleen blijven op zijn verjaardag, hij ging zich misdragen in het buurtcafé.
Hij stond op en vertrok naar het café. Daar aangekomen zette hij zijn fiets weg en ging naar binnen. Terwijl hij het donkere gordijn van het halletje opzij schoof zag hij even niets in de donkere en stille ruimte achter het gordijn. Maar plotseling ging het licht aan en brak er een gejoel en gejuich los uit de kelen van al zijn collega's en vrienden (als hij die had gehad). "For He's a Jolly Good Fellow"  zongen ze in koor. Totaal verrast keek hij in het rond. Zelfs de Middelfee was gekomen zag hij. "Let niet op mij, ik hoor hier helemaal niet thuis !" riep ze vuurrood van verlegenheid terwijl ze als een idioot over haar poes zat te wrijven.
En misschien wel  tot zijn allergrootste verbazing hoorde Fedor zichzelf toen zeggen: "Ok, maar nu je hier toch bent, wil je wat drinken ?".
Nog roder werd Annemiek de Middelfee, maar het wrijven stopte en verlegen knikte ze ja.


zonder te laten

ik heb voor de spiegel gestaan
door de ogen
ben ik naar binnen gegaan
toen zag ik mijn vader
via zijn ogen
ging ik verder naar binnen
toen zag ik mijn zonen
opnieuw beginnen

bergen op zoom

het egoïstisch gen
weet wel 
waar het zich 
met een ander 
kan  verbinden
maar niet waar
het de ander
geen ander
zal vinden











https://www.facebook.com/1781796138711022/videos/1741102702799297/

Noordenwind

om op krachten te komen
na al het oorlogsgeweld
logeerde mijn vader als jochie
bij een Groningse boerenfamilie
zo heeft hij mij ooit verteld

op zondag
na kerk preek en erwtensoep
mocht hij dan mee naar het café
waar rijke boeren
sigaren rookten
jenever dronken
en zwegen

wel lichtte eenieder van hen
op zijn beurt
de helft van zijn reet
en liet dan vervolgens
zonder enig blikken of blozen
een enorme scheet

CU

laten we een andere wereld binnengaan

een wereld waar we alles

wat niet zachtaardig
in ons is
buiten laten staan

kom

kijk me aan
pak mijn hand

we gaan


JC

alle begin is

ik vroeg aan een spin
een web voor mij te spinnen
in de vorm van een hart
zodat ik zo
door haar beroerd
kon gaan ....

maar de spin onderbrak me
midden in mijn zin

en sprak snel maar onverdroten

nee 
daar ga ik dus niet aan beginnen
want alleen al het vanwege het feit
dat je zoiets wilt weet ik
dat je haar allang
in je hart hebt gesloten

dus stop met lullen en begin te minnen
trouwensvan 3D spinnen snap ik de ballen en kan ik geen kloten

Cassius Closed

ook ik had een speciale band met hem
reisde over zeven zeeën
om hem te zien en te spreken
bij het Vrijheidsbeeld ging ik rechtdoor
links af en daarna was het
nog  een 1000 kilometer kruipen
en toen maar aanbellen en hopen

maar er deed niemand open

take dad!

niks is er mis
met mijn bewering
dat toeval slechts
het uiteindelijk gevolg
van een oneindig aantal
oorzaken is

hth zug

alleen het licht
door jou weerkaatst
maakt het mogelijk
mij te genieten
bedacht ik laatst

alleen die lig
deur jou weerkaats
maak dit moontlik
my te geniet
uitgedink ek laas

wilskracht

in mijn hierop volgend leven
ga ik het totaal anders aanpakken
en vergis je niet
als ik me iets voorneem
dan doe ik het ook !

alle begin is moeilijk Winfried

Winfried Bonifatius

wilde heel graag bekeren
zijn vader wilde dit niet
maar och hij deed het toch

hij ging eerst naar Friesland
maar die vonden het maar niks
ze waren heel druk met oorlog voeren
dat was hun lust en hun leven

dus
en nu citeer ik Wikipedia maar even
werd hij door deze gebeurtenissen 
gedwongen huiswaarts te keren


dank voor stank

citaat van de week
gehoord op de trappen naar de Media Markt

'het stinkt hier naar zeik '

reintegratietraject

ik fietste het plein op
stopte
het was donker
ik keek om mij heen
was alleen
en begon te wenen

twee Ufo's
elektrisch zoemende wieltjes
knipperende lichtjes
en Nieuwe Nederlanders
als trotse kapiteintjes
verschenen

een van hen vroeg
warmhartig bezorgd en lief

GAAT HET MENEER?

waarop ik zei
ja jeetje
soms doet het leven pijn
maar nu niet zo erg meer
dank jullie wel
en nu ga ik maar weer

en ik ging want ik
als oude jankerige egocentrische Autochtoon
ervaar zoveel meeleven van de Nieuwkomer
toch nog steeds een beetje
als zeer welkom
maar ook als
buitengewoon



november 2015
http://nos.nl/ek2016/artikel/2116994-video-portugees-jongetje-troost-ontroostbare-franse-supporter.html

bij voorbaat

Lieve Heer van het Heelal
en als er nog meer is dan dat
ook goed

zou u
in geval er zoiets
als reincarnatie bestaat
ervoor willen zorgen
dat het de volgende keer
allemaal wat beter gaat

dank u

Let's Talk About Sex

dit is geen gedicht
maar een liedje
een lofliedje

of  gezegd
met Engelse tong
een lovesong

over Adam en Eva
en een appel
het verbod om er van te happen
alles wat niet mag
volgens sommigen de F1
Max Verstappen

en dan noem ik de de slang erboven
ook nog maar even

eigenlijk zo een beetje dus
over het krankzinnige van al het leven

maar bovenal een liedje
over het onbegrijpelijk hardnekkig
menselijk Spermatozovergeetmenietje


foto tuin appelboompje 18 mei 2016

Vadertje Bio

Er wordt tegenwoordig weer veel de nadruk gelegd op het 'tegennatuurlijke' gedrag/ingrijpen van de mens in de 'natuur'. Daarom even dit:
Dna heeft alle eigenschappen in zich om zich te handhaven en zich voor te planten. Anders was het er niet. De wisselwerking tussen al dat dna zorgt voor muterende effecten waarvan sommigen effecten leiden naar een kleinere kans op overleving en andere naar een grotere.
Het tegennatuurlijk ingrijpen van de mens is daarom een contradictio in terminis omdat de mens met al zijn dna een onlosmakelijk deel is van de dna soep die we 'natuur' noemen. De 'aanval' op het menselijk dna van de mens door het dna van de pest bacterie(n) werd uiteindelijk succesvol  afgeslagen door een leger van vele miljoenen doden. Vandaag de dag en met de inzichten van nu doen we dit anders.
Het opbouwen van weerstand tegen dood en verderf geschiedt nu eenmaal op onnavolgbaar veel manieren en langs ontelbare wegen. En ze zijn wat mij betreft allemaal van God.
En of ze van God los zijn of niet, wie het weet zal het niet zeggen.

http://www.agriholland.nl/dossiers/gmo/home.html

vrienden voor het even

Het ontbreekt mij eenvoudig weg aan een beste vriend. Het mogen er best meer zijn overigens maar een is onmisbaar. Dit dacht de Kreeft vanuit een gevoel van belang. En Kreeften zijn heel gevoelig dus als ze iets als urgent ervaren dan is het ook zo. De Kreeft keek eens om zich heen. Golven spoelden af en aan en rolden telkens zo een beetje tot aan zijn achterpoten. Soms eroverheen en dat was dan een lekker gevoel maar ook wel fris. Hij draaide zich op zijn rug en voelde de zon op zijn buik schijnen. Dat was lekker warm. Met zijn ogen een beetje dichtgeknepen tegen het zonlicht keek hij naar de rotswand die boven hem uit torende. Heel in de verte zag hij een Steenbok langs een met karig groen begroeide richel bewegen. Driftig gesticulerend met zijn kop, zo leek het, ging hij stapje voor stapje langs het groen. Een Steenbok zou best eens een heel goede beste vriend voor mij kunnen zijn, we hebben weliswaar niks gemeen maar dus wel altijd wat om over te praten. En meer dan zo een reden hoef je niet te hebben vond hij.
Nadat de Kreeft dit allemaal bedacht had haalde hij uit zijn holletje een washandje, maakte het nat en legde dit op zijn hoofd. Tegen de zon. Hij ging naar de Steenbok klimmen.
Kreeften kunnen niet goed klimmen en ook zakte het washandje steeds over zijn ogen en pas als hij dan een schaar vrij had, waarmee hij het washandje kon terugschuiven, kon hij weer kijken naar hoever hij al was. Telkens was dat niet ver want het was telkens nog een heel eind. Het is nog een heel eind dacht de Kreeft dan, zeker voor mij want ik kan niet goed klimmen, ik heb het niet in de genen. Maar na een hele tijd, om precies te zijn drie uur en drie kwartier, kwam hij bij de richel met de Steenbok aan. Goedemorgen zei de Kreeft, en oh neen pardon, goedemiddag. Ik vraag mij af Steenbok, zou u mijn beste vriend willen zijn? Ja dat is goed sprak de Steenbok. Fijn dat is dan geregeld zei de Kreeft weer. Dan heb ik nog een verzoek als  u het niet te veel gevraagd vindt, maar zou u het washandje op mijn hoofd willen nat maken met wat spuug? En het is misschien goed om te weten dat ik niet vies van u ben. Zo gezegd zo gedaan en na precies 2 uur en 20 minuten keerde de Kreeft terug bij zijn holletje. En dat was net op tijd want het washandje was droog geworden en het kriebelde behoorlijk daarboven op zijn hoofd. Morgen zou hij weer gaan dacht de Kreeft. Want een beste vriend, zo had hij vandaag geleerd, daar moet je wel wat voor doen.

Afbeeldingsresultaat voor steenbok

buitenblad

gisteren reed ik
op mijn fiets
langs alle blaadjes aan de bomen

en ik bedacht dat ik
nog veel meer houd van jou
dan al die blaadjes
waar ik zojuist
was langs gekomen

de sluis verhaalt

Het was een zomeravond en  windstil. Ik voer als lichtmatroos op het ms-Breda. Zij was van Amsterdam op weg naar de sluizen van IJmuiden. Vanwege het mooie weer bevond het merendeel van de bemanning zich aan dek. Zelfs de machinist was uit zijn machinekamer gekomen en zat onderuit gezakt op een bankje. De kapitein, de loods en de matroos van de wacht, Jan Bol mijn vriend, voorbeeld, steun en toeverlaat tijdens mijn avonturen op de grote vaart, waren op de brug. De kapitein en de loods waren oude zeevaart-schoolvrienden en dat moest, zo hoorde ik later van Jan, worden gevierd. Het was 20 augustus 1978, een uur of 8 in de avond. Hing er iets in de lucht? Neen, op een grote rode ondergaande zon boven Amsterdam na, hing er niets in de lucht.
De ms-Breda was een niet erg mooi schip. Het had ook nog eens een relatief kleine motor die vaak stuk ging. Het is handig om te weten dat als een scheepsdiesel van een zeeschip in zijn achteruit wordt gezet, eerst de motor wordt stilgezet, daarna worden tandwielen omgezet en wordt de motor opnieuw gestart. Dit starten gebeurt door perslucht boven de zuigers te laten ontsnappen. Hierdoor komen zij weer op gang. Deze ontsnappende lucht geeft bij het verlaten van de schoorsteen een prachtig geluid. Maar dit terzijde. Af en toe, niet vaak, ging er iets mis met die omzetting. Dan begon de diesel van de ms-Breda, nadat hij opnieuw was gestart, nukkig weer vooruit te draaien. En dit, terwijl de telegraaf op de brug dan 'achteruit' aanwees. 
We waren zo goed als helemaal de sluis binnen gedreven toen het gesis van de ontsnappende lucht klonk. Er ging een trilling door het schip en we begonnen weer vaart te maken. Blijkbaar wilde de loods ons voor in de sluis hebben dachten wij, de mannen aan dek. De kapitein schonk nog eens bij, 'weet jij nog die keer dat ....', en begon weer een herinnering op te halen. Na enige tijd ging er weer een rilling door het achterschip. Het schroefwater werd met groter wordende kracht weggeslagen en het, vrijwel ongeladen, schip 'schoot' nu welhaast naar voren. De machinist schrok wakker, herinnerde zich iets en rende terug naar zijn machinekamer. De Breda bewoog zich nu vastberaden, op halve kracht vooruit, de sluis verder in. Ik realiseerde me dat er iets onomkeerbaar's ging gebeuren.
De voorste, nog dichte, sluisdeur kwam snel dichterbij. Achter deze deur lag het water van de Noordzee. Dit zou zo dadelijk, nadat we de sluisdeur hadden doorboord, ongestoord, via het Noordzee-kanaal, naar Amsterdam gaan lopen dacht ik. Ik verheugde me op wat zou gaan komen. Naar voren kijkend zag ik de bemanning in grote haast de 'bak' -het verhoogde voorschip- af komen gerend en gestruikeld. Dat zag er veelbelovend uit. Ik keek vervolgens naar achteren, naar Amsterdam en zijn rode zon. De sluisdeur aan die kant werd met grote snelheid dichtgeschoven. Hoewel dit er ook spannend uitzag vond ik het jammer: het had me leuk geleken om met schip en al binnen een half uur terug te spoelen naar Amsterdam, of wie weet Utrecht of nog verder. Maar de dichte deur zou dát gaan voorkomen. De arme kapitein had inmiddels wel in de gaten dat er iets heel erg mis aan het gaan was. Hij wist echter niets van het technisch gebrek van zijn schip. 'In wat voor een duivelse stroomversnelling ben ik nu toch, zo vlak voor mijn pensioen, terecht gekomen?' moet hij hebben gedacht. Ten einde raad gooide hij de motor op volle kracht achteruit. Dacht hij.
De laatste herinneringen zijn aan het geluid van de op vol vermogen draaiende scheepsdiesel, de paniekerige stem van de kapitein door de portofoon: 'LEKKO ANKERS!, LEKKO ANKERS!' (let go the anchors) - alsof die ankers op de betonnen bodem van de sluis nog iets hadden kunnen uitrichten - en aan het gekreun en gesteun waarmee de ms-Breda zich tenslotte in de sluisdeur boorde. Daarna werd kapitein Wiersma op non-actief gesteld.

Jammer, want ik had nog wel even met hem willen doorvaren op die manier.

De Sluis Verhaalt de Krant

Blogarchief